Meer weten?

Maak een keuze uit de mogelijkheden.

Familie Lenders

Familie Lenders

Gevardus de Calheze

De eerste 'Lenders' uit begin 1300

Familie Janssen

Familie Janssen

De geschiedenis van deze Heldense familie

Van Alfe-Naate Piet terug naar begin 1600

Familie Frencken

Familie Frencken

Het verhaal van Lambertus Frencken die rond 1830 naar Helden kwam

Hoe deze Roermondse familie zich in Helden vestigde

De stamboom

De stamboom

Een stamboom is nooit af. Check hier de laatste versie van de stamboom

Hoe ziet de stamboom van enkele families eruit?

Nieuws

Lees hier interessante wetenswaardigheden

Ik was erbij toen ‘Over de Muur’ voor het eerst klonk

Op 29 oktober 1983 stond ik als tienjarig jongetje met mijn vader op een overvol Malieveld in Den Haag. Om ons heen meer dan een half miljoen mensen, tot in de bomen aan toe. Op het podium speelde een band een liedje dat nog niemand kende. Een paar weken later kende heel Nederland het: ‘Over de Muur’ van Klein Orkest.
Dit is het verhaal van die dag. Van een spandoek uit Panningen, een busrit vanuit Helden, en twee liedjes die speciaal voor de grootste demonstratie uit de Nederlandse geschiedenis werden geschreven.

Twee keer de straat op
In de jaren tachtig ging ik twee keer demonstreren. De eerste keer was op 21 november 1981 in Amsterdam. Ik was één van de ruim 400.000 mensen die op en rond het Museumplein protesteerden tegen het NAVO-dubbelbesluit. Dat besluit was in december 1979 genomen, als antwoord op de Russische SS-20-raketten. De NAVO zou in West-Europa 572 nieuwe middellangeafstandsraketten plaatsen en tegelijk met Moskou onderhandelen over wapenbeheersing. Voor Nederland ging het om 48 Amerikaanse kruisraketten met een kernkop.

Nederland reageerde als geen ander land. Het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) riep op om de kernwapens de wereld uit te helpen, ‘om te beginnen uit Nederland’. In het buitenland kreeg dat verzet zelfs een naam: Hollanditis. Doe Maar zong een jaar later ‘De Bom’, en de angst voor een kernoorlog zat diep, tot in de huiskamers.

Van die eerste demonstratie herinner ik me eerlijk gezegd weinig. Ik was nog maar acht jaar oud en weet alleen dat we in de auto van Mat Verlaak naar Amsterdam reden. De tweede keer, twee jaar later in Den Haag, staat me daarentegen haarscherp bij.

Een spandoek uit Panningen
De aanloop begon dichtbij huis. In de week voor de demonstratie hield het Vredesberaad Helden een actie in het centrum van Panningen. Inwoners konden daar een boodschap voor de vrede schrijven op een groot spandoek. Zelf maakte ik met mijn twee zussen ook een spandoek.

Beide spandoeken gingen mee naar Den Haag. Op 29 oktober hing de organisatie het doek vol met lokale vredesboodschappen uit de gemeente Helden op aan het Binnenhof, midden in het politieke hart van het land. En ons spandoek hielden we stevig vast en namen we tijdens de demonstratie mee. Zo stond er die zaterdag, tussen honderdduizenden mensen, ook een stukje Noord-Limburg te demonstreren.

 

Met de bus naar Den Haag
Samen met mijn vader, grootvader en nichtje Petra stapte ik in Helden in de bus. We waren lang niet de enigen: die dag reden er meer dan drieduizend bussen naar Den Haag. In heel Nederland was geen bus meer te huren.

In de bus stond de radio aan. De VARA zond de hele dag een speciaal programma uit op Hilversum 2, het huidige NPO Radio 1. Zo zat je al uren voor aankomst midden in de demonstratie.

Eén liedje kwam steeds terug: het Vredeslied. Ik hoorde het onderweg al meerdere keren voorbijkomen.

Het grootste protest uit de Nederlandse geschiedenis
De demonstratie van 29 oktober 1983 werd georganiseerd door het Komitee Kruisraketten Nee, opgericht in 1982 onder leiding van Sienie Strikwerda. Samen met het IKV van Mient Jan Faber bracht het kerken, vakbonden en linkse partijen bij elkaar.

De druk was groot. In de zomer van 1983 had het kabinet-Lubbers vliegbasis Woensdrecht aangewezen als plek voor de kruisraketten. Wat in 1981 nog een abstract NAVO-besluit leek, had nu een adres in West-Brabant.

Het resultaat overtrof alle verwachtingen. Zo’n 550.000 mensen kwamen naar Den Haag, meer dan bij welke demonstratie in Nederland ook, toen en nu. PvdA-leider Joop den Uyl en FNV-voorzitter Wim Kok spraken de menigte toe. Na afloop moesten de deuren van station Den Haag Centraal dicht en werden demonstranten in groepjes binnengelaten.

Een lied in twee uur
Klein Orkest was gevraagd om tijdens de demonstratie te spelen. De band kreeg van tevoren marsmuziek thuisgestuurd, maar dat voelde niet goed. Dus schreef zanger Harrie Jekkers zelf iets dat beter bij de dag paste.
Hij koos niet voor een strijdlied tegen raketten, maar voor Berlijn. Als je het verschil tussen Oost en West ergens kon zien, dan was het daar. ‘Over de Muur’ zet het kapitalisme van West-Berlijn naast het socialisme van Oost-Berlijn, zonder te zeggen welke kant gelijk heeft.

‘Dat lied heb ik in twee uur geschreven’, vertelde Jekkers in 2019. ‘Op papier zag het er ook nog mooi uit: Oost-Berlijn, West-Berlijn, en het refrein als een muur ertussen.’

 

Toetsenist Léon Smit maakte de muziek. Veel tijd om te oefenen was er niet: de band repeteerde het nummer maar drie keer. De avond voor de demonstratie probeerden ze het nog snel uit in een jongerencentrum in West-Brabant.

 

Van zijpodium naar hoofdpodium
Het plan was bescheiden: Klein Orkest zou het nieuwe liedje op een klein podium spelen. Dat liep anders. ‘Ineens stonden er drie mensen in rode hesjes voor onze neus’, vertelt Jekkers. ‘Ze waren van de VARA en vonden het liedje prachtig en vroegen meteen: willen jullie het op het hoofdpodium doen?’
Na drie repetities ging de band die uitdaging aan. Op het moment van optreden stonden er zo’n 250.000 mensen op het Malieveld. ‘Overal zaten mensen’, zegt Jekkers. ‘Op het veld, in de zijstraten, zelfs in de bomen.’

En vlak voor ze begonnen kwam er nog een VARA-producer naar Jekkers toe: het optreden ging live de radio op. ‘We waren zenuwachtig en ik zong een beetje bang’, zegt hij. ‘Maar achteraf was dat precies goed voor dat moment.’

Ik stond daar, tien jaar oud, naast mijn vader op dat volle Malieveld. Zo hoorde ik ‘Over de Muur’ voor het allereerst, op de dag dat het ter wereld kwam.

Uit de registratie geknipt
Wie denkt dat de band na die dag direct de studio in dook, vergist zich. Klein Orkest wilde het nummer helemaal niet uitbrengen. ‘Ik dacht: wie zit er nou te wachten op zo’n gedragen, psalmachtig muziekje?’, zei Jekkers jaren later. ‘Met een moeilijke, intellectuele tekst vol Duitse woorden.’
De radio dacht daar anders over. VARA-dj Felix Meurders knipte het liedje uit de radioregistratie van de demonstratie, zodat hij het kon uitzenden. Zo kwam ‘Over de Muur’ in november 1983 in de Verrukkelijke 15, de hitlijst van de VARA-dinsdag op Hilversum 3. Het enige wat er bestond, was die ene live-opname van het Malieveld.

Eind 1983 stond het nummer bovenaan de lijst, en het bleef er wekenlang in staan. Pas in juni 1984 nam Klein Orkest eindelijk een studioversie op. Die zomer werd het hun grootste hit, met een tiende plaats in de Top 40. Jekkers kreeg ongelijk: Nederland zat wél op zijn psalm te wachten.

Het andere lied: het Vredeslied
‘Over de Muur’ was niet het enige nummer dat voor deze dag werd gemaakt. Liedjesschrijver Jules de Corte schreef de tekst van het Vredeslied, op muziek van Gilius van Bergeijk. De Corte begeleidde het zelf op de piano.

Nelly Frijda en Wim van de Meeberg zongen het lied. Het refrein kwam van een groot koor, met onder anderen het strijdkoor Jan en Alleman. De opname werd gemaakt in de VARA-studio en verscheen vlak voor de demonstratie als single op VARAgram, met een hoes van tekenaar Opland.

De VARA draaide het lied die dag keer op keer. Ik had het in de bus al gehoord, en tijdens de demonstratie kocht mijn vader het singletje. Thuis hebben we het daarna nog vaak gedraaid.

Wat bleef
De kruisraketten waren met één demonstratie niet weg. In 1985 haalde de vredesbeweging met een volkspetitionnement bijna 3,75 miljoen handtekeningen op, die op 26 oktober aan premier Ruud Lubbers werden aangeboden. Een week later besloot het kabinet toch tot plaatsing.
De raketten kwamen er uiteindelijk nooit. In december 1987 sloten Reagan en Gorbatsjov het INF-verdrag, waarmee alle middellangeafstandsraketten verdwenen. Woensdrecht bleef leeg.

In 1989 ging ik met school naar Berlijn, kort voor de val van de Muur. Onderweg in de bus werd ‘Over de Muur’ keer op keer gedraaid. Niemand van ons wist dat de Muur kort daarna zou vallen, en dat de twee systemen uit het liedje een jaar later niet meer naast elkaar zouden bestaan.

Nog altijd staat ‘Over de Muur’ elk jaar in de Top 2000. Voor de meeste luisteraars is het een liedje over Berlijn. Voor mij blijft het het liedje van een volle bus uit Helden, een spandoek uit Panningen en een tienjarige jongen die op het Malieveld hoorde hoe een klassieker werd geboren.

Toen de geschiedenis voor mijn ogen kantelde

In oktober 1989 stapte ik samen met klasgenoten in de bus naar Berlijn. Het was een schoolreis waar we al langer naar uitkeken, maar in de dagen voorafgaand aan het vertrek kreeg de reis een bijzondere lading. Het nieuws uit Oost-Duitsland werd met de dag onrustiger. In Leipzig groeiden de demonstraties, steeds meer DDR-burgers eisten vrijheid en hervormingen en de politieke situatie leek gespannen. Er werd zelfs nog even getwijfeld of onze reis wel door kon gaan. Uiteindelijk kwam het verlossende bericht: we mochten vertrekken.

Wat we toen niet konden vermoeden, was dat we terecht zouden komen in een stad die op het punt stond geschiedenis te schrijven.

Berlijn was in die dagen nog altijd een gedeelde stad. De Muur stond er onaantastbaar bij en de grens tussen Oost en West leek voor velen een permanent gegeven. Tijdens onze reis bezochten we vanzelfsprekend ook de DDR. De grenscontroles, de wachttorens, de soldaten en de sfeer van een streng gecontroleerde samenleving maakten diepe indruk. Alles voelde anders aan dan in West-Berlijn. Achteraf besef ik dat wij getuige waren van de laatste weken van een land dat enkele maanden later al niet meer zou bestaan.

Juist in die dagen verbleef ook Sovjetleider Michail Gorbatsjov in Oost-Berlijn. Hij was naar de DDR gekomen voor de viering van het veertigjarig bestaan van het land. Terwijl wij de stad verkenden, voerde hij gesprekken met DDR-leider Erich Honecker. Gorbatsjov drong aan op hervormingen en maakte duidelijk dat de Sovjet-Unie niet langer bereid was een vastgelopen communistisch regime met geweld overeind te houden. Zijn waarschuwing aan de Oost-Duitse leiding zou later wereldberoemd worden: “Wie te laat komt, wordt door het leven gestraft.”

Terwijl de officiële festiviteiten plaatsvonden, was op straat merkbaar dat er iets broeide. Onder de bevolking groeide de onrust. Mensen verlangden naar vrijheid en verandering. Jongeren riepen zelfs “Gorbi, help ons!” naar de populaire Sovjetleider. Niemand wist precies hoe de situatie zich zou ontwikkelen, maar achteraf gezien waren de scheuren in het systeem al duidelijk zichtbaar.

Toen ik weer thuis was, bleef ik het nieuws nauwlettend volgen. De ontwikkelingen volgden elkaar in razend tempo op. Honecker moest vertrekken, de protesten groeiden en de druk op het regime nam met de dag toe. Op 9 november 1989 gebeurde vervolgens het ondenkbare: de Berlijnse Muur ging open. Ik zag de gebeurtenissen op televisie en besefte dat ik slechts enkele weken eerder nog zelf door diezelfde stad had gelopen. Wat tijdens de reis nog onvoorstelbaar leek, werd werkelijkheid. De beelden van juichende Oost- en West-Duitsers die elkaar in de armen vielen, behoren nog altijd tot de meest indrukwekkende die ik ooit heb gezien.

Die gebeurtenissen vormden het begin van een levenslange interesse voor de DDR en de geschiedenis van de Koude Oorlog. Ik wilde begrijpen hoe een land tientallen jaren afgesloten had kunnen bestaan en wat het betekende voor de mensen die er leefden. Die nieuwsgierigheid voedde ik met boeken, documentaires en speelfilms over het leven achter het IJzeren Gordijn.

Bijzonder veel indruk maakten de verhalen over vluchtpogingen uit de DDR. Zo las en bekeek ik alles wat ik kon vinden over de spectaculaire ontsnappingen van de families van Peter Strelzyk en Günter Wetzel, die met zelfgebouwde luchtballonnen naar het Westen probeerden te vluchten. Zulke verhalen maakten duidelijk hoe groot het verlangen naar vrijheid was en welke risico’s mensen bereid waren daarvoor te nemen.

In de jaren daarna kwam ik bovendien in contact met mensen die zelf uit de DDR waren gevlucht. Aanvankelijk ontstonden die contacten uit mijn belangstelling voor hun verhalen, maar gaandeweg groeiden daar vriendschappen uit. Hun persoonlijke ervaringen maakten de geschiedenis tastbaar. Niet langer ging het om gebeurtenissen uit boeken, maar om mensen van vlees en bloed die hadden geleefd onder een regime dat hun vrijheid beperkte.

Mijn belangstelling bleef groeien. Toen internet opkwam, besloot ik een website te maken waarop ik informatie verzamelde over de DDR, de Berlijnse Muur en de geschiedenis van de Duitse deling. Wat ooit begon met een schoolreis groeide uit tot een passie die al tientallen jaren voortduurt.

Ook Berlijn zelf bleef trekken. Inmiddels heb ik de stad na de val van de Muur meerdere keren bezocht. Iedere keer ontdekte ik nieuwe verhalen. Ik sprak mensen die de gebeurtenissen van 1989 van dichtbij hadden meegemaakt, maar ook voormalige politieke gevangenen die achter de tralies waren beland omdat zij een afwijkende mening hadden of de vrijheid zochten die hun werd ontzegd. Hun verhalen maakten diepe indruk en lieten zien welke persoonlijke prijs velen hebben betaald.

Een bijzonder moment beleefde ik enkele jaren geleden toen ik de gelegenheid kreeg om Egon Krenz te spreken. Krenz was de man die in oktober 1989 Erich Honecker opvolgde als leider van de DDR en daarmee aan het roer stond tijdens de laatste weken van het bestaan van het land. Tijdens de presentatie van een van zijn boeken kon ik hem persoonlijk ontmoeten en vragen stellen over die historische periode. Voor iemand die al sinds 1989 gefascineerd is door de DDR voelde dat als een bijzondere ontmoeting met een levend stuk geschiedenis.

Als ik terugdenk aan die schoolreis in oktober 1989, besef ik hoe uitzonderlijk het moment was waarop ik in Berlijn aanwezig was. Terwijl ik als scholier door een verdeelde stad liep, stonden achter de schermen gebeurtenissen op het punt Europa voorgoed te veranderen. De komst van Gorbatsjov, de groeiende onrust onder de bevolking en uiteindelijk de val van de Berlijnse Muur vormden mijn eerste echte ontmoeting met wereldgeschiedenis van dichtbij. Het was een ervaring die mijn belangstelling voor de DDR voorgoed zou bepalen en die tot op de dag van vandaag voortleeft in de verhalen, vriendschappen en ontdekkingen die eruit zijn voortgekomen.

Moennik 88: Moennik 88: Helden klinkt, leeft en herinnert

De nieuwste editie van ‘De Moennik’ valt komend weekend bij de abonnees op de deurmat. Daarmee start ook de losse verkoop van het historisch tijdschrift van de Heemkundevereniging Helden. ‘Moennik 88’ is opnieuw een rijk gevulde uitgave, waarin lokale geschiedenis, persoonlijke verhalen en cultureel erfgoed samenkomen. Voor deze editie verzorgde ik enkele bijdragen, zoals over de Heldense radiopiraten, een bezoek aan het gemeentearchief, het werk van architect Frans Niessen en een uitgebreid levensverhaal van Henriëtte Segers Hermans.

Heldense radiopiraten: een eigen geluid in de ether
In de jaren zeventig en tachtig kende de voormalige gemeente Helden een bruisende piratenradio cultuur. Jongeren en hobbyisten bouwden eigen zenders die Nederlandstalige muziek, dorpsnieuws en verzoekjes de ether in stuurden — een warm, informeel alternatief voor het officiële Hilversum.
Radio Tivoli uit Beringe groeide uit tot een vaste zondagstraditie, terwijl Radio Bravo Internationaal een fel kat en muisspel speelde met de PTT. Radio Peelland liet zien hoe techniek en avontuur hand in hand gingen. In Grashoek kreeg Radio Wilma zelfs een eigen single, en de Heldense eigenaar van Radio Little Luck wist de opsporingsdienst te slim af te zijn met een ondergrondse kabeltruc.
Samen vormden deze zenders een hechte, creatieve gemeenschap die het lokale leven hoorbaar maakte en een blijvende indruk achterliet op de regio. De radiopiraten zijn een levend voorbeeld van lokale mediageschiedenis en de kracht van gemeenschapszin.

Bezoek aan het gemeentearchief: geschiedenis in de praktijk
Op 20 mei bezocht de redactie van ‘De Moennik’ het gemeentearchief van Peel en Maas. Hoofdredacteur Wim Daniëls en de redacteuren kregen een rondleiding langs de rijke collectie documenten, kaarten, bouwdossiers en historische stukken.
Tijdens de ochtend maakten zij kennis met paleografie — het lezen van oude handschriften — en middeleeuwse zegels, die de zorgvuldigheid van historisch brononderzoek illustreren. Het bezoek stond tevens in het teken van het afscheid van redacteuren Jos Keijmes en Piet Gommans, die jarenlang een vaste waarde waren binnen de redactie.
Na een gezamenlijke lunch keek het team terug op een inspirerende ochtend vol nieuwe ideeën voor toekomstige artikelen en een hernieuwde waardering voor het belang van archieven in het bewaren van lokale geschiedenis.

Architect Frans Niessen: de bouwmeester van Helden-Dorp
Wie door Helden Dorp wandelt, ziet overal het werk van architect Frans Niessen terug. Vanaf de jaren twintig ontwierp hij talloze markante gebouwen die het straatbeeld tot op de dag van vandaag bepalen.
Zijn stijl — houten vensters, glas in loodramen, erkers en Tuiles du Nord dakpannen — is herkenbaar en geliefd. Niessen tekende onder meer voor de sigarenfabriek GENIE, het statige huis van burgemeester Van Cann en de meisjesschool. Ook buiten Helden liet hij zijn sporen na, met ontwerpen voor onder andere zaal VIOS en diverse panden in Panningen.
Na de oorlog speelde Niessen een belangrijke rol in de wederopbouw, later samen met zijn zoons. Zijn nalatenschap vormt nog altijd het gezicht van Helden Dorp en is een tastbaar voorbeeld van regionale architectuurgeschiedenis.

Negentigers: het levensverhaal van Henriëtte Segers Hermans (96)
Henriëtte Segers Hermans groeide op in een groot Pannings gezin met tien kinderen, midden tussen smederij, hoefstallen en de geur van beslagen paarden. Haar vader werd vertegenwoordiger in lasapparatuur nadat haar ooms een gepatenteerd acetyleentoestel ontwikkelden. “Hij ging in Limburg en Brabant alle smederijen af om daar lasapparaten te verkopen,” vertelt ze.
Henriëtte herinnert zich levendig de bewaarschool, waar haar zus Jacqueline na een conflict met een zuster in het kolenhok belandde, en de Mariaschool, waar ze schitterde in de musical ‘Repelsteeltje’: “In mijn eentje speelde ik alle rollen.”
Tijdens de oorlog zat ze op kostschool in Blerick, maakte de bevrijding van dichtbij mee en werd zelfs door een Duitse soldaat van straat geplukt om aardappels te schillen. Na haar MULO diploma volgden opleidingen, werk in Venlo en Heerlen en uiteindelijk een eigen kantoor met haar man Wim.
Haar jeugd noemt ze warm en veilig, met spelletjes op straat en een onverwoestbare moeder die dagelijks voor dertien mensen kookte. Een leven vol eenvoud, discipline en grote dankbaarheid — een verhaal dat de rubriek Negentigers opnieuw kleur geeft.

Verspreiding
Moennik 88 wordt dit weekend bij de leden bezorgd. Losse nummers zijn verkrijgbaar bij Primera Panningen, de VVV winkel in Panningen en Museum Peel en Maas in Helden.

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren