Aandacht voor Helje oos Dörp bij lokale omroep

Bij lokale omroep P&M is deze week aandacht voor de website Helje.online die onlangs de lucht in ging. Het artikel dat bij de lokale omroep bij een nieuwsfilmpje staat lees je hier.

‘Helje Oos Dörp’, het lied over Helden, raakt steeds meer in de vergetelheid. Dat vindt Pieter Janssen, een echte Heldenaar en groot liefhebber van het lied, dat werd geschreven door zijn grootvader. Pieter wil het lied in een nieuw jasje steken.

Schouders eronder
Het nummer werd in 1947 geschreven door zijn grootvader. “Wat er zo speciaal aan is, is dat het nogal een positieve inslag heeft. Met z’n allen de schouders eronder en we maken er het beste van”, zo schetst Pieter de tekst van het Heldense lied. Toch kan hij de tegenhanger van het lied, Sjoën Helje Dörp van de Bretelboys, ook waarderen. “Ook machtig mooi, maar Helje Oos Dörp is net ietsje ouder.”

Brazilië
Het lied is de afgelopen jaren in verschillende hoedanigheden gedraaid, zelfs in het verre buitenland. “Op lagere scholen werd het gerepeteerd, de fanfare speelde het een heel aantal keren en het is gezongen tijdens de installatie van een burgemeester. Het is zelfs in Brazilië gezongen voor een pater”, vertelt Pieter in het Heldens dialect.

Website
Pieter wil dat het lied behouden blijft, ook voor de volgende generaties. Hij heeft daarom een website over Helje Oos Dörp gemaakt: Helje.online. “Het lied is niet meer zo bekend. De mensen van 60 jaar en ouder kennen het lied nog wel, maar daaronder niet. Dat vind ik eeuwig zonde”, zegt Pieter, die een uitvoering van Helje Oos Dörp tijdens een bruiloft in 1958 heeft weten op te rakelen. “De waardering moet er komen om dit lied vereeuwigd te houden, dus daarom ben ik die website begonnen.”

Moderniseren
Inmiddels liggen er plannen klaar om het Heldense lied nieuw leven in te blazen. Als het aan Pieter ligt, moet het vooral wat moderner worden. “Mijn opa schreef Heldje met een D. In Weert spreken ze het ook nog steeds zo uit, maar die D is in de vergetelheid geraakt”, weet hij. En zo zijn er in de authentieke tekst van Helje Oos Dörp nog meer voorbeelden van (enigszins) vervlogen tijden. “Ze hebben het over De Beus en Kouberg. Dat zijn woorden die we anno 2024 eigenlijk niet meer kennen”, aldus Pieter.

Helje oos dörp in dialect-website

Net na de Tweede Wereldoorlog schreef Sief Frencken uit Helden de tekst voor het eerste Heldense volkslied, ‘Heldje oos dörp’, genaamd. Zijn zwager Will Kranen schreef de muziek. Vele jaren werd het lied op diverse gelegenheden in Helden-Dorp gezongen en gespeeld, of het nu was op de lagere school of bij gelegenheden waarbij de Heldense Fanfare ‘Sint Cecilia’ de zangers muzikaal ondersteunde. De wat oudere Heldenaren herkennen het lied meteen, de wat jongere zegt het niets. Het lied is in de vergetelheid geraakt. Vandaar dat een website dit lied een blijvende herinnering moet geven.

Idderein kan ’t dao bevalle
Om aan te tonen dat het goed toeven is in Helden, werd bij de installatie van burgemeester Hoeijmakers in 1964 het lied gezongen. Het lied werd op veel plekken binnen de Dörper gemeenschap gezongen. Bij Jong Nederland in Helden stond het lied vaak op het programma maar ook op de lagere school maakte het onderdeel uit van een lesdag.

Sjoeën Helje-Dörp
“Iedereen kent het lied ‘Sjoeën Helje Dörp’ van De Bretelboys, het lied ‘Heldje oos dörp’ wordt de laatste jaren niet meer gezongen of gespeeld. De wat oudere inwoners van Helden-Dorp kennen het nummer. En om het niet in de vergetelheid te laten komen, wil ik zorgen voor een blijvend iets, vandaar een website over dit eerste Dörper volkslied”, aldus Pieter Janssen die de site geheel in het Hèljes dialect samenstelde. Janssen is een kleinzoon van tekstschrijver Sief Frencken (1907-1974).

Helje.online
De website www.helje.online geeft de tekst van het lied, de muziek, beschrijft de historie en het veranderen van de Hèljese taal maar wist ook de oudste opname van het lied, uit 1958, op te duiken. “Mijn grootvader was altijd met taal bezig. Geschiedenis en taal hebben mijn interesse dus kon dit mooi samengevoegd worden”, zo vertelt Pieter Janssen.
Naast het lied is er op de website ook aandacht voor het Hèljes dialect in een bredere zin en zijn er links naar websites die ook met de Heldense geschiedenis bezig zijn.

In uitgave 80 van ‘De Moennik’, het tijdschrift van Heemkundevereniging Helden is er uitgebreid aandacht voor het eerste Dörper volkslied. Hierin staat ook de gehele tekst van het lied, door Sief Frencken in 1947 geschreven en zijn er enkele anekdotes te lezen.

Meester Frencken en de Pupil

Jacques Frencken is in Beringe bekend onder zijn geuzenaam ‘Meester Frencken’. Als hoofd der school was hij een bekend gezicht in de dorpskern van de voormalige gemeente Helden. Op deze website schreven we eerder over hem, want hij wist in 1944 op opzienbarende wijze aan de Duitsers te ontsnappen en hij was na de Tweede Wereldoorlog samen met zijn broer Harry de úitvinder’ van de ‘Pupil’, een zelfbouwradio, op de markt gebracht door de firma van broer Harry, Maxwell. Over die ‘Pupil’ kwam een filmpje boven water.

In het filmpje is te zien hoe radioamateur Piet Lassche een werkende ‘pupil’ aanbiedt aan de toen 89-jarige Jacques Frencken. De zoon van Jacques, Henk Frencken meldt: “Ik heb het filmpje gemaakt toen mijn vader 89 jaar was, een jaar voor zijn overlijden in 2013.”

Tevens is te zien hoe Jacques Frencken vertelt over een toenmalige radio-uitzending. Daarnaast vertelt Jacques dat de kastjes waar de ‘Pupil’ in zat in Panningen gemaakt werden door een bedrijf die dozen voor sigarenfabrieken maakte, waarin het radiotoestel goed paste.

Er zijn drie generaties Frencken te zien in de film, grootvader Jacques, zoon Henk en kleinzoon Han. Grootvader Jacques geeft in het filmpje nog wat achtergrondinformatie, zo vertelt hij dat Philips op een bepaald moment in de gaten kreeg dat de ‘Pupil’ erg in trek was en een eigen versie maakte, genaamd ‘pionier’.

De ‘Pool’ en de spelling

Nu de vastelaovend achter ons ligt en er weer veelvuldig ‘Heljes’ geschreven is, roept dit altijd vragen op wat nu de èchte juiste spelling is. Natuurlijk, er is het Hèljes woordenboek maar soms blijven zaken discutabel. Mijn grootvader Sief Frencken was bijzonder bedreven in de Hèljese taal en schreef diverse gedichten, liedjes en voordrachten in zijn moederstaal, maar wat is nou goed en wat is ietsje minder goed?

Op 29 november 1947 stuurde een zekere L.C. in Nieuwsblad ‘Midden-Limburg’ dat wekelijks dialect gedichten van mijn grootvader publiceerde, een ingezonden brief.

Als lid van ‘Veldeke’ (vereniging tot instandhouding en bevordering der Limburgse dialecten) verheugde het mij ten zeerste, enige weken geleden in dit weekblad een gedicht aan te treffen in ’t ‘Heldjes’. Dit is ene gebeurtenis in het bestaan van Midden-Limburg, die maar al te zelden voorkomt. Het zou mij en het bestuur van Veldeke een groot genoegen doen, wanneer er meerdere stukken proza of poëzie in onze dierbare streektaal zouden verschijnen. Vooral daar ’t ‘Heldjes’ zo goed als niet vertegenwoordigd is in ’t maandblad van deze vereniging.

Enige opmerkingen moeten mij nochthans van het hart. De schrijver van ‘Ontkroeënde Pool’, heeft herhaalde malen gezondigd tegen de spelling van het dialect. De klanken die hij schrijft geven niet de uitspraak aan, zoals die in ’t ‘Heldjes’ gehoord wordt. Laat ik hier enige voorbeelden van geven.
Hij schrijft Burgemisjter, terwijl dit moet zijn Börgenèsjter; Durp i.p.v. Dörp en i.p.v. ’t lilker i.p.v. lèlleker, kestanje i.p.v. kerstaanje, poeul i.p.v. päöl, mit i.p.v. mèt. Verder meen ik een inconsequentie te moeten zien in ‘sjuute’ (met een j) en ‘struuk’ (zonder j).

Indien iemand meent, het hier niet mee eens te zijn, zoeke hij no 96 Aug 1942 van het tijdschrift ‘Veldeke’ op, waarin als bijlage verscheen: ‘aanwijzingen voor de spelling der Limburgse Dialecten’. Hij zal hiermede in meerdere opzichten zijn voordeel kunnen doen.

Nu ik toch over dialect aan ’t schrijven ben, wil ik ook eens de aandacht vestigen op het volgende verschijnsel. Meerdere personen, vooral de jeugd, helaas ook ouderen, hebben de onnozele gewoonte om, zodra ze een paar keer in Venlo zijn geweest, geen ‘Heldjes’ meer te ‘kallen’, maar Venloos te ‘praote’. Ons goed ‘Heldjes’ is volgens hen schijnbaar maar een inboorlingentaaltje, goed voor ‘kinderen en heikneuters’. Met deze gewoonte maken zij zich zelf belachelijk, vooral als men kan constateren, dat missionarissen, die tientallen jaren in de rimboe hebben gezeten, ‘Heldjes’ spreken van het zuiverste water.
L.C.

Over het gedicht waar ‘L.C.’ over spreekt: Dat lees je hier.
Het spreekt voor zich dat bovenstaand ingezonden stuk voor rekening van de auteur, L.C., is.

Hoe Craenen Kranen werd

Het kan verkeren met namen. Zeker ten tijden dat nog lang niet iedereen kon lezen en schrijven werden regelmatig namen foutief genoteerd daar men veelal fonetisch te werk ging. Zo werd Johannes wel eens Joannes, Peeters Peters en Janssen Jansen. Bij de familie Craenen uit Leveroij gebeurde een gelijksoortig iets.

Mijn grootmoeder heette Kranen, vandaar dat ik in de zoektocht naar mijn voorouders bij een opmerkelijkheid uit kwam.

Mijn betovergrootvader Bernardus Kranen werd op vrijdag 23 maart 1838 om 04.00 uur in Leveroij geboren. Diens vader, Pierre Craenen spoedde zich om 15.00 uur diezelfde dag naar de Burgerlijke Stand van Nederweert, waar Leveroij toen al toe behoorde, om zijn eerst geboren zoon aan te geven. Toenmalig burgemeester Adriaan Willem Vullers noteerde de geboorte.

‘FOETELEN’ MET CIJFERS EN NAMEN
Pierre Craenen kon, net als diens vrouw Johanna (Jeanne) Nijs niet lezen en schrijven. Toch leidde hij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand om de tuin. Toen deze hem vroeg wat zijn naam was, meldde hij zich als Peter Kranen, 34 jaar. Die leeftijd was een dingetje, want het jaar daarvoor, bij zijn wettelijk huwelijk, gaf hij op dat hij toen 35 jaar was.
Craenen werd geboren op 11 mei 1802 en was, toen hij huwde op 28 oktober 1837, 34 jaar. Hij was ‘in zijn 35ste, zoals dat vroeger wel eens gezegd werd, maar of hij dat bedoeld heeft is hoogst onwaarschijnlijk. Vast staat in elk geval dat hij bij de geboorte van Bernardus zich wat jonger voordeed dan hij eigenlijk was. De reden hiervoor zou kunnen duiden op het feit dat de periode tussen het huwelijk van Pierre en Johanna nog geen vijf maanden lag en het echtpaar waarschijnlijk is ‘moeten’ trouwen.

Peter Kranen, die eigenlijk Pierre Craenen heette vertelde diezelfde dag aan burgemeester Vullers dat hij gehuwd was met Johanna Elisabeth Nies, terwijl diens echtgenote officieel Nijs heette. Hij maakte melding van de geboorte van diens zoon, Bernardus, die door spraakverwarring of bewuste keuze dus het geboorteregister van Nederweert, onder nummer 12.071 in aktenummer 64 genoteerd werd als Bernardus Kranen.

Vreemd is het zeker, want vier jaar na de geboorte van Bernardus werd diens broer Joannes geboren, en die werd in de Burgerlijke Stand genoteerd als Craenen.