Gediend onder Napoleon

Eind achttiende en begin negentiende eeuw dienden vele personen onder Napoleon bij het Franse leger. In mijn familie is dat ook het geval. Ik licht er één uit, Michiel Joosten (1793-1825), zoon van Gerardus Joosten en Johanna Daniëls. Michiel was een kleinzoon van Joannes Joosten en Cornelia Gommans, de voorouders van de grootmoeder (Maria Dorothea Joosten, 1879-1957) van mijn moeder.

Michiel diende vanaf 1813 bij de zesde coalitieoorlog, die duurde van maart 1813 tot mei 1814. Tijdens deze oorlog waren de Verenigde Staten de bondgenoot van Frankrijk.

In 1812 trok Napoleon Rusland binnen om tsaar Alexander I van Rusland te dwingen in het Continentaal Stelsel te blijven. Het Grande Armée, zo’n 600.000 man (270.000 Fransen en vele troepen van bondgenoten of vazalstaten), stak de rivier de Memel over op 24 juni 1812 en startte zijn veldtocht naar Rusland. Rusland noemde de oorlog de ‘Vaderlandse Oorlog’, terwijl Napoleon de oorlog de ‘Tweede Poolse Oorlog’ noemde. De verwachtingen van de 30% Polen in zijn leger werden echter niet ingelost, toen Napoleon weigerde enige concessie te doen aan Polen met toekomstige onderhandelingen met Rusland in het achterhoofd. Rusland paste de strategie van de verschroeide aarde toe, en trok zich alsmaar verder terug. De Russen trachtten de Fransen te stoppen bij Borodino, zonder succes, op 7 september.

Op 14 september werd Moskou bereikt en grotendeels platgebrand. Alexander weigerde echter zich over te geven. Napoleon kon zijn politieke doelen niet bereiken, en begon zijn desastreuze Grote Terugtocht, waarin 275.000 man omkwamen en er zo’n 200.000 gevangengenomen werden. Tegen november bereikten nog slechts 30.000 soldaten de rivier Berezina. Napoleon keerde terug naar Parijs in december.

De akte waarin Michiel Joosten wordt genoemd, is uitgezocht door Jacques Rutten. Rutten is gestart een lijst van de gemeente Helden door te nemen waarin maar liefst zeventig namen staan. Voor een dorp van zo’n 2.000 inwoners behoorlijk veel. Toch is die lijst allerminst volledig. In het archief van de gemeente Peel en Maas bevinden zich twee bestanden die nog heel wat extra namen en informatie opleveren. Het zijn het brievenboek van de maire (burgemeester) uit de Franse tijd en het militieregister van 1815.

In het militieregister van 1815 staan alle namen van mannen die eventueel zouden kunnen worden opgeroepen voor de nationale militie. Alle mannen die van 1780 tot en met 1796 zijn geboren staan in de lijst vermeld, tenminste als ze nog in leven zijn, of als men denkt dat ze misschien nog leven. Mannen van wie men zeker wist dat ze waren overleden, zijn (meestal) niet in de lijst opgenomen. Deze militielijst werd afgesloten op 1 juli 1815.

Bij heel wat namen in de lijst staat de vermelding ‘n’est pas revenu du service français’, (niet teruggekeerd uit Franse legerdienst, red.). Het gaat dus om mannen die dienden in het leger van Napoleon en die op 1 juli 1815 nog niet waren teruggekeerd, nadat Napoleon eind maart 1814 verslagen was. Het betreft jongelui die bijna zeker tijdens hun diensttijd zijn omgekomen, of vermist werden. Enkele van die vermisten vinden we later toch nog in Helden terug; de meesten echter zijn achtergebleven op één van de vele slagvelden of in een militair hospitaal, ver van huis.

In de papieren van die tijd staat bij Joosten geschreven ‘pourvoit à la subsistance de ses parents’. Dat betekent dat zijn ouders hem voorzien in zijn levensonderhoud. Tevens staat in de benoemingsakte dat Joosten ‘gereed is om te dienen’.

Ondertussen kon bij Vitoria-Gasteiz op 21 juni 1813 de Franse macht in Spanje gebroken worden door Arthur Wellesleys overwinning op Jozef Bonaparte. De Fransen werden gedwongen zich terug te trekken uit het Iberische schiereiland.

Oostenrijk en Pruisen zagen een kans in deze historische overwinning op Napoleon, en stapten terug in de oorlog. Frankrijk had kleine successen bij Lützen (2 mei 1813) en Bautzen (20 mei-21 mei) tegen Pruisisch-Russische legers. De slag bij Leipzig in Saksen (16 oktober-19 oktober), ook bekend als de Volkerenslag, uitgevochten tussen 195.000 Fransen en 350.000 geallieerden, dwong de Fransen zich terug te trekken in Frankrijk.

Napoleon leverde nog wat verzet in Frankrijk zelf, maar op 30 maart 1814 trokken de geallieerden Parijs binnen. Napoleon trad af op 6 april. Hierna werd het Congres van Wenen georganiseerd.
Napoleon werd verbannen naar Elba, en het huis Bourbon werd opnieuw op de troon gezet toen Lodewijk XVIII koning werd.

Mathijs Joosten bleef ongehuwd. Via zijn vader, Gerardus Joosten, ging de stamboom verder naar de huidige generatie.

Lenders en Litjens; spraakverwarring?

Mijn grootvader, Piet Janssen, trouwde in 1938 met Cato Lenders (To van Litjens Sil). Omdat zij gingen wonen in een woning die gebouwd was door de familie Lenders, werd mijn grootvader al snel ‘Litjens Piet’ genoemd. Maar ‘Litjens’ is geen patroniem van de familienaam ‘Lenders’, maar heeft een andere herkomst.

Het schijnt dat vele jaren geleden een boerderij tussen het gehucht Everlo (bij Panningen) en Meijel heeft gelegen die de naam ‘Litjens’ droeg. Daar zou de ‘bijnaam’ zijn oorsprong vinden. Piet Crommentuijn uit Meijel heeft uitgezocht dat de volksnaam ‘Litjens’ in Meijel voorkwam vanaf ongeveer 1650 toen Alard Gerrit Lettiens trouwde met Anna Jan Kusters. De navolgende of aangetrouwde families Janssen (Thomassen), Lenders en Nijssen werden tot 1992 ‘die van Litjens’, Letjens, Letten of Lutjens genoemd.

Dat de bijnaam en de familienaam tot onduidelijkheid leidden blijkt uit een voorval dat zich op 16 april 1803 afspeelde. In het Belgische Mons (Bergen) werd Henricus Lenders, een broer van de overgrootvader van mijn grootmoeder, gevangen genomen. De reden was omdat hij als achternaam ‘Letten’ gebruikte, soms als ‘Litjens’ maar ook als ‘Lenders’ aangesproken werd. Reden voor de Fransen, hem op te pakken omdat men hem ervan verdacht spionageactiviteiten te ontplooien.

Henricus Lenders werd op 26 oktober 1782 geboren in Helden, als derde kind van Henricus (1752-1823) en Adrina Korsten (1750-1812). Bij zijn doop werd zijn achternaam echter foutief geschreven en stond in de geboorteakte ‘Letten’ te lezen. Omdat velen in die tijd niet konden lezen noch schrijven werd er niet op gereageerd. Deze naamsverwarring zou Henricus nog zwaar komen te staan.

Na zijn school werd hij uitgeloot als cavalerist der Tweede Klasse, behorend bij het Garnizoen in Zaltbommel. Hij werd uitgezonden naar België en in Mons kwam hij vervolgens terecht in de strijd tegen Napoleon. Voordat hij vertrok kreeg hij in zijn toenmalige woonplaats nog een paspoort. Omdat hij zichzelf ‘Lenders’ noemde, maar hij te boek stond als ‘Letten’ en zijn vrienden hem ‘Litjens’, naar de oude boerderij in Meijel noemden, waren er mensen die dachten dat Henricus een spion was. De situatie werd niet vertrouwd en op 16 april 1803 werd Henricus (hij werd ook Henri genoemd) opgepakt en terechtgesteld. In Mons kwam hij in de gevangenis terecht met als verdict: spionage.

Het nieuws kwam maanden later bij zijn ouders in Meijel terecht. Die spoedden zich naar de burgemeester, Theodorus Goossens. Nadat de ouders de situatie hadden uitgelegd, schreef hij op 18 augustus 1804 een brief aan de burgemeester van Mons, Bouvignies.

“Heer collega,
Ik ben zeer teleurgesteld in verband met het voorval rond Henri Lenders dat zich op 16 april 1803 heeft afgespeeld. Ik verzoek u in naam van de menselijkheid u te willen begeven naar Mons (Bergen) waar die persoon gevangen zit, en er alles in beweging te zetten voor zijn invrijheidsstelling. Deze persoon is voorzien van een paspoort, uitgereikt in de gemeente Meijel.
U ziet wel in de bijgevoegde notariële akte, die wettig is opgesteld, dat dezelfde persoon zich afwisselend Henri Lenders en Henri Letten noemt. Deze vergissing of verwisseling komt voort uit de slordigheid van de pastoor van Helden, die niet heeft gevraagd naar de echte naam van de vader (Lenders), maar die zich tevreden stelde door de naam te vermelden, onder welke hij algemeen (bij het volk) bekend was (Letten/Litjens).
Ik durf u te verzekeren, dat onze gevangene in het geheel niet schuldig is; daarom smeek ik om uw welwillendheid zich voor hem te interesseren.
U zult voor eeuwig ten zeerste aan u verplichten degene die zich hartelijk uw zeer verplichtende college noemt.”

Dankzij de bemoeienis van de burgemeester van Mons, werd Henricus Lenders in vrijheid gesteld en verbleef in de regio. Tijdens dit verblijf leerde hij Adolphine Joseph Adant ((1809-1852) kennen. Ondanks het grote leeftijdsverschil (27 jaar) trouwden zij op 7 juni 1827, jaren na de val van Napoleon, in Mons en gingen ze wonen in de nabijgelegen geboorteplaats van Adolphine, Merbes-Sainte-Marie. Omdat de naamsverwarring gezorgd had dat Henricus een groot probleem had gekregen, liet hij bij de rechtbank in Roermond zijn achternaam Letten, vanuit zijn doopakte via een proces veranderen naar ‘Lenders’.

Het echtpaar kreeg twee zonen, zodat het geslacht Lenders (of Litjens?) in de Belgische provincie Henegouwen is verder gegaan.

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren