Frencken: Van Vlodrop naar Reuver-Leeuwen

Dat de familie Frencken zich enkele eeuwen concentreerde rondom Roermond, was al bekend. Loe Giesen achterhaalde een interessant feit over Adamus Frencken, een van mijn directe voorvaderen. In 1736 en 1739 laten Adamus Frencken en Agnes van der Kitsen twee kinderen dopen in Beesel.

“Het lijkt er op dat de roepnaam Daem nogal vrij vertaald is: zelf wordt hij Adamus als Damianus genoemd, terwijl hij bij een kind van zijn zoon Joannes wordt vernoemd als Dominicus. Daem Frencken wordt onder andere genoemd in de hoofd- en beestenschat van 1734, net voor Peter Rulkens, waarvan we weten dat hij op dat moment pachter is van hoeve de Zang in de buurtschap Leeuwen”, zo vertelt Loe Giesen.

“Waarschijnlijk is Daem pachter van de nabijgelegen hoeve de Schei. In eerdere lijsten vinden we net voor de Zang nog Tulmen Linders. Deze overlijdt in februari 1730 en als in januari 1733 ook zijn vrouw Anna Backer overlijdt, moeten de eigenaren van de Schei op zoek naar een nieuwe pachter. Die vinden ze kennelijk in Vlodrop”, zo vervolgt Giesen.

Het gezin Frencken blijft slechts één pachttermijn; Daem wordt opgevolgd door Hendrick Stevens.

Het gezin Frencken-van der Kitsen is als volgt:

8 oktober 1720
VLODROP – Gehuwd: Adamus Frencken [Daem, begr. Vlodrop 28-6-1745] en Anna van der Kitsen [Agnes, mogelijk dr. van Tilmanus van der Kitsen] Getuigen: Joannes van der Kitsen en Hindericus Frencken.

Uit dit huwelijk (eerste kind verwekt vóór huwelijk):
1. Maria Anna Frencken, ged. Vlodrop 18-3-1721 (get. Daem Houben en Maria Anna Crebbers; dr. van Daem x Agnetis Kitsen).

2. Lambertus Frencken, ged. Vlodrop 27-3-1725 (get. Joannes Frencken en Catharia NN; zn. van Adamus x Agnetis van der Kitsen), begr. Melick 10-1-1781. Tr. 1) Melick 18-6-1752 met Maria Beurskens; 2) Melick 20-10-1769 met Maria Hommen.

3. Joannes Frencken, ged. Vlodrop 23-5-1728 (get. Martinus Houben en Catharina van der Kitsen; zn. van Damianus x Agnetis van der Kitsen). Tr. Vlodrop 5-11-1752 met Mechtildis van der Beeck.

4. Tilmanus Frencken, ged. Vlodrop 17-10-1731 (get. Wilhelmus van der Loo en Gertrudis Raemeckers; zn. van Adamus x Agnes van der Kitsen).

5. Maria Frencken, ged. Vlodrop 12-4-1734 (get. Jacobus Bosch en Ida van den Borgh; dr. van Adamus x Agnetis Thielen).

6. Gertrudis Frencken, ged. Beesel 15-10-1736 (get. Petrus Rullekens en Maria van der Kitzen; dr. van Adamus x Agnetis van der Kitzen). Tr. Roermond 8-2-1779 met Henricus Paulissen.

7. Catharina Frencken, ged. Beesel 25-8-1739 (get. Henricus Ramaeckers en Maria Crompvoet voor Gudula oftewel Gebel Frencken; dr. van Adamus x Agnetis van der Kitzen).

Sinterklaas komt al 800 jaar in Roermond

Sinterklaas is weer in het land, en dat is niet voor het eerst. Roermond kent een lange Sint-historie waar ook de familie Frencken, die rond 1600 in Roermond kwamen wonen, ook bij betrokken waren.

Franciscus Frencken zal eind november 1613 de Goedheiligman voor de eerste maal gezien hebben, maar zal het onbewust hebben meegemaakt, gezien het feit dat deze eerste Frencken die in Roermond geboren werd, nog geen acht maanden oud was. Het was wel de start van een jarenlange traditie. De traditie van Sinterklaas in Roermond gaat nog verder terug, want er zijn aanwijzingen dat de Goedheiligman al ruim 800 jaar geleden werd vereerd in Roermond. Dat zegt iets over hoe de Roermondenaren toen leefden.

Al in 1224 – Roermond bestond nog maar net – hielden de Roermondenaren Sint-Nicolaas in ere. In een oorkonde uit dat jaar staat namelijk dat de Munsterabdij niets te zeggen had over de Sint-Nicolaaskapel. Die kapel, zo weten we uit latere vermeldingen, lag op de plek van de huidige Minderbroederskerk. In 1308 schonk de graaf van Gelre de kapel aan een groep monniken van de minderbroedersorde om daar een klooster te stichten.

Het ingangsportaal van de kerk zoals wij die kennen is opgetrokken uit grote brokken natuursteen. Pas vanaf 1200 kwam het gebruik van baksteen op. Waarschijnlijk braken de monniken de oude, in natuursteen gebouwde Sint-Nicolaaskapel in de vijftiende eeuw af en vormde het sloopmateriaal de basis voor hun nieuwe, veel grotere kerk.
Ze zegelden hun brieven trouwens met een afbeelding van Sint-Nicolaas.

In de periode die we hier behandelen woonde er nog geen een Frencken in Roermond, dat was pas rond 1607. De eerste Frencken die in Roermond kwam wonen was Nicolaus Vrancken (1591-1644), ook wel Frencken genoemd. Nicolaus werd vernoemd naar zijn overgrootvader Nikolaus (1490-1576) èn dus ook naar de Goedheiligman.

De oudste kern van de stad is de Markt en omgeving. Als de Nicolaaskapel in 1224 al bestond, dan strekte Roermond zich toen al uit van de Markt tot aan de Bakkerstraat. Verder weten we dat Sint-Nicolaas in de hoge middeleeuwen vereerd werd als schutspatroon van de schippers – vandaar die stoomboot waarmee Sinterklaas ieder jaar over zee naar Nederland komt. Als Sint-Nicolaas vóór 1250 ergens vereerd werd, dan waren daar ook schippers. Roermond was in 1224 dus geen boerennederzetting meer, maar een plaats waar schippers handelswaar vervoerden over de Maas.
De beroepsvereniging van de Roermondse schippers stond onder meer bekend als de Sint-Nicolaasbroederschap. Maar ook wel als de kogelbroeders. Die naam komt van een speciale muts, de ‘kogel’, die nieuwe leden bij hun inwijding opgezet kregen.

Met dank aan het Stadsarchief Roermond

Bieschops Hannes en een leuke familie-anekdote

De familie Hesen is al eeuwen honkvast in Helden; het is een familie van akkerbouwers Een overduidelijke uitzondering op die regel was Johannes Hesen, Bieschops Hannes, genoemd. Mijn overgrootvader was getrouwd met een dochter van de broer van deze Johannes. Uit verhalen van mijn oud-tante is er een leuke anekdote naar boven gekomen.

Hannes werd geboren als Johannes Hesen op 26 december 1826 te Helden-Beringe. Hij is een zoon van Andreas Hesen en Johanna Scheers. Zijn vader was geboren in Beringe en zijn moeder op de Keup. Zijn geschiedenis werd heel bijzonder.

De jonge Johannes werd op 29 januari 1845 voor de Nationale Militie goedgekeurd; hij diende vervolgens bij de Escadron Jagers te paard. Bij zijn keuring werd hij beschreven als: voorhoofd bedekt, aangezicht ovaal, ogen bruin, neus klein, mond matig, kin rond, haar bruin. Waar hij zijn diensttijd heeft doorbracht is niet bekend. In het bevolkingsregister staat bij Johannes Hesen dat hij op 1 mei 1853 vertrok naar Born, gelegen in Pruisen. Waarschijnlijk Born bij Bruggen. Hoelang hij hier vertoefd heeft hebben we niet kunnen achterhalen. Het is vrijwel zeker dat hij op die leeftijd zijn bouwkundige studie reeds had voltooid en de wijde wereld had verkend.

In het dienstbode register van de gemeente Helden staat Johannes Hesen wonende in ‘huizing 289’ ingeschreven als dienstknecht. De Burgerlijke Stand van de Gemeente Roermond geeft ons opheldering betreffende het jaar van vertrek. Hij werd ingeschreven op 1 april 1864 in de Oliestraat no.518 bij Bisschop Paredis te Roermond. Het feit dat Hannes bij de Bisschop werkte was zeker in die tijd een reden om trots te zijn. Door zijn werken en wonen bij Mgr. Paredis kreeg hij zijn bijnaam: ‘Bieschops Hannes’. Een bezoek aan het Bisschoppelijk archief te Roermond bracht jammer genoeg geen verdere gegevens aan het licht. Volgens de overlevering zou hij koetsier zijn geweest.

Zouaven van H.Lambertus
Tussen 1865 en 1870 was het ook de tijd dat de Zouaven hun leven waagden voor Paus Pius IX. Hannes was blijkbaar wel begaan met het lot van de zouaven. Hij maakte voor de Heldense zouaven geld over in 1867. In een artikel van de Maas en Roerbode van 21 december 1867 staat het volgende: ‘Een koetsier uit Roermond. P.J.H. Uit dankbaarheid. Voor de vier Zoeaven van Helden Lambertus’.
Zijn ‘liefdegift voor den Paus en zijne dappere armee’ Zoals boven de lijst vermeld werd bedroeg zijn bijdrage 7 franc. Deze verbondenheid met de zouaven is niet geheel vreemd. Bij het personeel van Bisschop Paredis werkte behalve Hannes Hesen nog iemand uit Helden: Anna Maria Liboth geboren op 20 maart 1844 te Helden-Dorp. Zij was een zuster van een van de vier zoeaven die in 1866 naar Rome vertrok en Helden nooit terug zag. Ook hier blijkt uit de advertentie dat hij koetsier was bij de Bisschop.

Korte tijd vertoefde Hannes ook nog op de Steenweg 560 te Roermond. Hier stond hij ingeschreven als dienstknecht bij de familie Christoffel Petit Oudenbergh, rentenier. Lang heeft hij hier niet gewoond. Tussen 1870 en 1880 stond hij weer ingeschreven op de Oliestraat D.280, het Bisschoppelijk paleis. In het bevolkingsregister stond hij zelfs direct vermeld onder Bisschop Paredis.

Café Hesen
Net voor 1875 ging hij op adres Markt B.59a wonen (later Oliestraat 146) bij de Israeliet Salomon Silverberg en zijn vrouw Henriette Hertzberger. In de periode 1870 -1880 treffen we Hannes aan op adres Kapellerweg J. no.171 te Roermond. In dit pand had Hannes naar alle waarschijnlijkheid een café ingericht.

Kapel in Beringe
In de tijd dat hij in Roermond woonde moet Hannes nog regelmatig Helden hebben aangedaan. Dit blijkt wel uit de verschillende bouwwerken waar hij bouwmeester of decorateur was. Niet ver van zijn ouderlijk huis bouwde hij op een plek waar een houten kruis met stenen corpus stond een kleine kapel gewijd aan O.L. Vrouw van het H.Hart. Het geld voor de bouw werd bijgedragen door de bewoners van het gehucht en Bieschops Hannes zelf. Deze kapel bleek al snel te klein te zijn. In principe zou je kunnen stellen dat hier de eerste steen werd gelegd waarop later de parochie Beringe groeide. Naar de grote kerk in Panningen was immers een heel eind lopen. Hannes Hesen bouwde daarom al in 1875 een grote kapel tegen de kleine aan. Volgens aantekeningen van de ‘Schreur’ Piet Janssen uit Beringe zouden de metselaars die de kapel metselde uit Neer afkomstig zijn geweest. Zij hadden hun kost en inwoning bij de broer van Bieschops Hannes, Silvester (Boosch Sil). Het is zeer waarschijnlijk dat Piet ‘van De Schreur’ deze informatie uit de overlevering van de familie Hesen heeft vernomen.

Hannes Hesen liet de Kapel die ter ere van O.L. Vrouw van het H.Hart gebouwd was door ‘zijn’ Bisschop Paredis inzegenen in aanwezigheid van H.H.Hoefnagels en de Weleerw. Heren van Roy en Janssens, respectievelijk pastoor te Panningen en Helden. Helaas zijn hier geen publicaties van terug te vinden in de dagbladen uit die tijd.

Aan het kapelletje werden miraculeuze genezingen toegeschreven en met bewijzen gestaafd door het tentoonstellen van windsels, breukbanden en krukken in vitrines in de kapel. De kapel is er niet meer. Helaas hebben diverse speurtochten geen foto mogen opleveren van de oude kapel. Sjang Stals student Lazarist vervaardigde in 1917 een pentekening van de kapel. Piet van de Schreur wist zich nog de steen te herinneren die in de kapel ingemetseld zat. ‘De eerste steen werd gelegd in 1875 door J.Hesen.’ Helaas is ook de eerste steen als tastbaar bewijs van wat eens was verdwenen.

Bij onderzoek op het kadaster blijkt de kapel op grond te liggen die eigendom was van het kerkbestuur van de ‘Roomsch Katholieke Kerk van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten te Helden Panningen’. Echter op 5 mei 1930 werd in het kadasterregister te Roermond het volgende geschreven: ‘Het bestuur der genoemde kerk de dato 29 september 1929 goedgekeurd door Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid den Bisschop van Roermond bij besluit van 1oktober 1929. Verklaren in hunne gemelde hoedanigheid te hebben verkocht en bij deze over te dragen aan de Roomsch Katholieke Kerk van den Heiligen Joseph te Helden-Beringen, voor dewelke dezen koop wordt aangenomen door den Weleerwaarden Heer Joseph Frederik Stephaan Esser, pastoor te Helden-Beringe, als voorzitter en den heer Piet Holten , koopman aldaar als secretaris van het Kerkbestuur van den Heiligen. Het grondstuk had nummer Gemeente Helden: Beringen sectie A 3399, tuin, 0,5 aren en 80 centiaren. Aldaar sectie A 3400, kapel, thans afgebroken, groot 1 are 40 centiaren.’

De koopprijs bedroeg vijftig gulden. Aldus getekend op 15 april 1930 voor Panningen pastoor J.H.Huyben en H.Tummers. Voor Beringe, pastoor Esser en P.Holten.

Missiehuis
Zijn derde en grootste karwei werd de bouw van het zusterklooster te Panningen, thans het Missiehuis der paters Lazaristen.Met de bouw werd begonnen in het jaar 1878. In het archief van pastoor Caspar Lemmens (pastoor te Panningen van 1875-1889) staat vermeld: ‘Eerw.Heer Kapelaan Peters en P.J.Heesen, welke laatste tijdens den bouw vrije kost en inwoning genoten heeft bij wed. L.Joosten’. (Engelina Joosten-Geurts) In hotel de Gouden Leeuw waar hij nog gewerkt had als meesterknecht bracht hij ook decoratie schilderwerk aan. Ook in Koningslust bracht hij schilderwerk aan in de kerk.

Hotel Hesen
In de tijd dat Hannes meesterknecht was in hotel de Gouden Leeuw te Panningen moet hij ook zijn eerste ervaringen hebben opgedaan in het hotelwezen. Zoals eerder al vermeld dreef Hannes een café aan de Kapellerlaan te Roermond. In 1884 kocht Hannes van goudsmid Reinard Voss in 1884 te Roermond een drietal percelen bouwland met de naam ‘Het Lieve Vrouwe veld’. Blijkens de inschrijving in het kadastraal archief was Hannes toen ‘Koffiehuis-houder te Roermond’. Op een van de drie percelen sectie B.621 werd door Hesen in 1885 ‘hotel Hesen’ gebouwd. Het nieuwe hotel was gesitueerd aan de Kapellerlaan en stond tegenover zijn koffiehuis. Er zijn geen bewijzen voor maar aangezien hij bouwmeester was van diverse panden in Helden zou hij ook wel eens bouwmeester kunnen zijn van ‘Hotel Hesen’. In een advertentie uit de Maas en Roerbode van 12 april 1884 geeft Jean Heezen te kennen dat hij verhuist van de Kappellerlaan tegen over zijn café. Een week later stond op 12 april 1884 de volgende advertentie in bovengenoemde krant ‘Heden opening van het Café, vroeger Heesen, hij beveelt zich beleefd in de gunst van het publiek. Tevens verschillende kamers te huur. J.Haerst’.

De Kapel in Beringe
Dus Johannes Hesen verhuisde van z’n café naar het aan de overkant gelegen hotel. Een ansicht kaart geeft weer dat het om een statig hotel ging. Het hotel stond ingeschreven op nummer 171 Kapellerlaan. (later 171a, voor de hernummering van de Kapellerlaan had het hotel het no. 127). Vooral de bedevaartgangers naar Kapel in ‘t Zand brachten Hannes Hesen goede klandizie. Ook
Heldense inwoners deden vaak zijn hotel aan tijdens hun bedevaart tochten naar Kapel in ‘t Zand. Diverse mensen op leeftijd in Helden konden zich Hotel Hesen nog herinneren

De naam heeft nog lange tijd op de gevel gestaan. Het is mogelijk dat Hannes de Koetsiersfunctie naast die van Koffiehuishouder en later van Hotelhouder uitvoerde. Bieschops Hannes leende op 3 februari 1888 voor Notaris Theunissen te Roermond een bedrag van f 5500,- van Catharina Corsten.

Huwelijk
Misschien heeft hij op een van zijn (verre) reizen als koetsier zijn vrouw ontmoet. Hij huwde op 56-jarige leeftijd de Duitse (Gertrudis) Maria Gertruda Hubertina Rehe. Naspeuringen in de burgerlijke stand van Goch, Roermond en Helden gaven geen uitsluitsel over de huwelijksdatum. Gertrudis is op 25 oktober 1886 vanuit Den Bosch naar Roermond gekomen. In het gemeentearchief van Den Bosch bleek op 25 oktober 1886 de huwelijksdatum genoteerd.

Acht jaar later en één maand voor zijn overlijden liet Johannes Hesen een testament opmaken bij Notaris Eugene Henri Charles Louis Strens te Roermond. In dit testament worden de nog in leven zijnde familieleden van zijn overleden broer Silvester en zijn zuster Wilhelmina bedacht. Hij mocht niet lang genieten van ‘Hotel Hesen’. Op 28 februari 1894 overleed hij kinderloos te Roermond op 68-jarige leeftijd. Aangezien hij het testament een maand voor zijn overlijden had opgemaakt zou het goed mogelijk kunnen zijn dat Hannes wist dat zijn einde nabij was.

Begrafenis
Na zijn overlijden werd hij op het 17e eeuwse kerkhof aan Kapel in ‘t Zand begraven. Een oude kaart van de kerkhof met nummers van graven gaf ons de plek aan waar Hannes in 1894 begraven werd. Ook dat verblijf was niet eeuwig. In het tijdsbestek van zo’n kleine honderd jaar werden op dezelfde plek nog eens drie mensen begraven. Uit overlevering uit eigen familiekring is niet zoveel bekend over Hannes, behalve de volgende anekdote. Pruis Piet (Janssen) senior was drie keer gehuwd en zijn eerste vrouw was Wilhelmina Hesen. Zij was ook een dochter van Silvester Hesen en Martina Beurskens. Zo kwam ook Pruis Piet op de begrafenis en de koffietafel van Bieschops Hannes terecht.
Pruis Piet Senior, mijn overgrootvader, vertelde aan zijn zoon Pruis Piet Junior, mijn grootvader, dat recht tegenover hem een kapitein of een ander hoog geplaatst persoon uit het leger zat. Dat hij deze persoon goed opgenomen had lag aan het feit dat deze man ontzettende slechte tafelmanieren had. Het is jammer dat er vanuit de familie niet meer overgedragen is over Bieschops Hannes.

De erfenis
Uit de successie van memorie bleek dat hij nog grond in Helden in eigendom had. Blijkens de akte van 20 november 1861 kocht Hannes samen met zijn broer Silvester verschillende percelen grond van de gemeente Helden. Voor Notaris Antoon Alphons Lambert Haffmans kochten beide broeders die ingeschreven stonden als akkermannen de volgende percelen uit sectie A 1758. Koop 102, 85 roeden voor f 20,- gulden. Koop 120, een bunder heide voor f 36,- gulden en verder werd voor f 37,- gulden nog eens een bunder heide in de 121e koop gekocht. Zijn hotel vertegenwoordigde op zijn sterfdag f 8500,- gulden waarde. Verder had hij de helft van een dennen Hotel Hesen te roermond bosch ter waarde van f 50,- gulden gelegen te Helden sectie A 1906, 1932 groot 2 hect.84 are en 50 centiare.

Zijn roerende goederen hadden een waarde van f 1350,- gulden. Verder bleek uit de Memorie van Successie dat Hannes op 3 februari 1888 van Catharina Corsten f 5500,- gulden had geleend. Hiervan werd een akte opgemaakt voor notaris Theunissen te Roermond.

Johannes was dan financieel niet rijk te noemen. De baten bedroegen f 4950,- gulden en de lasten en schulden f 3363,47 gulden. Zo bleef een saldo van f 1586,52 gulden over. Toch nog een respectabel bedrag als je bedenkt dat je daar in die tijd een boerderij van kon kopen.

Tweede huwelijk de weduwe Gertrudis Hesen-Rehe
Hotel Hesen werd door Hannes aan zijn vrouw nagelaten. Nog geen jaar na zijn dood, op 8 januari 1895, hertrouwde Gertrudis te Nunhem met Jacobus Hubertus Bongaerts. Hij werkte in hotel Hesen als bediende. Op 28 februari 1928 kwam Gertrudis te overlijden. Bongaerts bleef in eerste instantie alleen in het hotel wonen. Hij kreeg vanuit Brunssum op 6 juni 1928 hulp van een nichtje van zijn vrouw, Maria Anna Hubertina Rehe, geboren 14 augustus 1882 te Nijmegen, zij was pensionhoudster van beroep. Zij dreef samen met Jacobus Bongaerts enige tijd Hotel Hesen. In 1935 werd zelfs blijkens de advertentie het 50-jarig jubileum gevierd. Dit zou ook het laatste zijn wat te vieren viel.

In De Nieuwe Koerier van 12 september 1936 werd n.l. door notaris W.J.A. Damen onderhands aangeboden ‘Het bekende hotel café-restaurant Hesen, Kapellerlaan Roermond groot 16.25 are’. Wie de koper was is niet bekend. Het is goed mogelijk dat de laatste bewoner Dellieu tevens eigenaar van het pand was. Op 1 februari 1937 verhuisde het gezin Bongaerts vanuit hotel Hesen naar de Frans Douvenstraat 2 te Roermond. Na de dood van haar oom is Maria op 7 maart 1946 gaan inwonen in het Klooster St.Salvator aan de Zwartbroekstraat 26 alwaar ze ook gestorven is.

De laatste bewoner van Hotel Hesen
Nadat het hotel enkele maanden leeg had gelegen kwam de laatste bewoner van hotel Hesen ten tonele: steenhouwer Nestor Dellieu. Hij werd daar ingeschreven op 1 juli 1937. Dellieu heeft tot 24 september 1959 in het voormalige hotel gewoond; in dat jaar vertrok hij naar het Louisa pension aan de Pollartstraat 2 te Roermond. Vanaf 24 september 1959 tot aan de afbraak in oktober 1963 heeft hotel Hesen leeg gestaan. Op aandringen van de toenmalige gemeente-archivaris Dhr.van Appeven van Roermond werden enkele der in de gevel voorkomende gipsen medaillons bij het slopen gered. Zij kregen een plaats in de muur van het gemeentelijk museum.

Hiermee werd in Roermond de herinnering aan Hotel Hesen vast gelegd. Voor Helden zal de naam Bieschops Hannes altijd verbonden blijven aan het Missiehuis te Panningen en de parochie Beringe alwaar hij opgroeide en een kapel bouwde.

Bron: De meeste gegevens over Bieschops Hannes komen uit het G.A.R. (Gemeente Archief Roermond), O.A.H.(Oud Archief Helden). het B.A.R. (Bisschoppelijk Archief Roermond) en het Gemeente Archief Den Bosch. Verder heeft het boek van mijn oom, Piet Janssen, enkele verduidelijking gebracht.

Met dank aan: Henk Thiesen (diens publicatie ‘Voorouders en nazaten van Boosch Drees’ is het bronverhaal.)

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren