Meister Eder und sein Pumuckl

Toen in 1982 de eerste aflevering van Meister Eder und sein Pumuckl op de Duitse televisie verscheen, kon niemand vermoeden dat deze serie zou uitgroeien tot een van de meest geliefde kinderprogramma’s uit de Duitstalige wereld. De combinatie van hartverwarmende humor, technische innovatie en een unieke vriendschap tussen mens en kobold maakte de serie tot een klassieker die generaties kinderen en volwassenen wist te betoveren.

Een magische ontmoeting in een Münchense werkplaats
Het uitgangspunt van de serie is even eenvoudig als charmant. De rustige, wat ouderwetse meubelmaker Franz Eder leidt een bescheiden leven in zijn werkplaats in München. Zijn wereld verandert volledig wanneer een onzichtbare kobold, Pumuckl, aan een lijmpot blijft kleven en daardoor zichtbaar wordt. Volgens het “koboldenwet” moet hij vanaf dat moment bij Eder blijven. Deze premisse vormt de basis voor talloze avonturen, misverstanden en hartverwarmende momenten.

Pumuckl is speels, nieuwsgierig en soms ronduit ondeugend. Hij haalt kattenkwaad uit, steelt dingen die hij mooi vindt en veroorzaakt chaos zonder kwade bedoelingen. Tegelijkertijd is hij loyaal en helpt hij Eder wanneer het erop aankomt. De serie toont hoe de twee totaal verschillende personages – de rustige, bedachtzame Eder en de hyperactieve Pumuckl – elkaar aanvullen en een hechte band ontwikkelen.

Een innovatieve mix van realfilm en animatie
Een van de meest opvallende kenmerken van de serie is de technische uitvoering. Ellis Kaut, de bedenker van Pumuckl, stond erop dat de kobold als animatiefiguur in een echte omgeving zou verschijnen. Ze vond dat “het reële nodig is om het irreële begrijpelijk te maken”. Deze visie leidde tot een technisch uitdagende productie, waarbij de Pannonia-studio’s in Boedapest verantwoordelijk waren voor de animatie.

Elke scène waarin Pumuckl voorkomt, werd eerst als realfilm opgenomen. Een pop of markering gaf aan waar de animatie later zou komen. Vervolgens werden de tekeningen beeld voor beeld over de film gelegd en opnieuw belicht. Het resultaat was een geloofwaardige interactie tussen acteur Gustl Bayrhammer en de getekende kobold, die tot op de dag van vandaag indruk maakt.

De acteurs en hun bijdragen
Gustl Bayrhammer, die meester Eder speelde, was al bekend als de stem van Eder in de eerdere hoorspelen. Zijn warme, vaderlijke uitstraling maakte hem ideaal voor de rol. Hans Clarin, die Pumuckl insprak, gaf de kobold zijn kenmerkende hoge, energieke stemgeluid. De chemie tussen Bayrhammer en Clarin – zelfs al stonden ze nooit samen voor de camera – is een van de pijlers van het succes.
Daarnaast kende de serie een indrukwekkende lijst gastacteurs, waaronder bekende namen als Iris Berben, Helga Feddersen en Karl Dall. Dit gaf de serie een volwassen uitstraling en maakte haar aantrekkelijk voor zowel kinderen als ouders.

Verhalen vol humor, chaos en levenslessen
De afleveringen variëren van luchtige grappen tot meer serieuze thema’s. Pumuckl veroorzaakt vaak problemen door zijn nieuwsgierigheid of impulsiviteit. Soms wordt hij zelfs uit huis gezet, zoals in de aflevering Der große Krach, maar altijd volgt een verzoening. De serie benadrukt vriendschap, verantwoordelijkheid en het belang van begrip voor elkaar.
Sommige afleveringen hebben een avontuurlijk karakter, zoals Die Bergtour, waarin Pumuckl zijn erfelijke gave om slecht weer te voorspellen gebruikt om Eders neef te redden. Andere verhalen spelen zich af in het dagelijks leven van de werkplaats, waar klanten, buren en vrienden van Eder regelmatig voor komische situaties zorgen.

Muziek en cultuur
Het titellied Hurra, hurra, der Pumuckl ist da werd een hit op zichzelf. De serie verweeft bovendien traditionele Beierse cultuur in de vorm van volksliederen en gezegden. Dit gaf de afleveringen een herkenbare regionale sfeer, zonder dat ze hun universele aantrekkingskracht verloren.

Draaiplaatsen en nalatenschap
Veel scènes werden opgenomen in München, vooral in de wijk Lehel. De originele werkplaats van meester Eder stond in de Widenmayerstraße 2, maar werd na de opnames afgebroken. Sinds 2023 herinnert een gedenkplaat aan deze iconische locatie.
De serie kreeg verschillende vervolgen en spin-offs, waaronder de film Pumuckl und sein Zirkusabenteuer (2003) en de nieuwe reeks Neue Geschichten vom Pumuckl (2023), waarin een nieuwe generatie kennismaakt met de kobold.

Een tijdloos fenomeen
Meer dan veertig jaar na de eerste uitzending blijft Meister Eder und sein Pumuckl een geliefd onderdeel van de Duitse cultuur. De serie combineert humor, nostalgie en technische creativiteit op een manier die zelden wordt geëvenaard. De vriendschap tussen Eder en Pumuckl – een rustige vakman en een chaotische kobold – blijft een verhaal dat jong en oud aanspreekt.

Ook in Nederland werd deze serie uitgezonden, in de jaren tachtig en negentig bij RTL Véronique en later RTL4. De afleveringen werden in het Nederlands nagesynchroniseerd.

Auf Achse

Auf Achse was een Duitse televisieserie van de ARD die tussen 1978 en 1996 werd uitgezonden. In totaal verschenen 86 afleveringen, meestal in het vooravondprogramma. De reeks draaide om het leven van twee vrachtwagenchauffeurs die met hun truck door Europa en het Midden-Oosten reisden. De combinatie van avontuur, realistische situaties en internationale locaties maakte de serie tot een van de bekendste Duitse wegtransport drama’s van zijn tijd.

Het concept voor de serie kwam van Georg Feil. Samen met regisseur Hartmut Griesmayr en cameraman Joseph Vilsmaier werkte hij het idee uit tot een productie die het echte leven van langeafstandschauffeurs zo nauwkeurig mogelijk wilde weergeven. Dat betekende dat niet alleen de verhalen geloofwaardig moesten zijn, maar ook de handelingen, rituelen en gewoontes van truckers. Om dat te bereiken werd de ervaren chauffeur Engelbert “Orient Berti” Teischl uit Freising aangetrokken als adviseur voor de eerste reeks. Teischl reed zelf regelmatig naar het Midden-Oosten en wist precies hoe het werk er in de praktijk uitzag. Hij begeleidde de crew en acteurs zodat bewegingen, procedures en omgangsvormen authentiek overkwamen.

De casting van de hoofdrollen bleek een uitdaging. De makers zochten twee acteurs die niet alleen geloofwaardig konden spelen, maar ook daadwerkelijk een vrachtwagen konden besturen. Voor de rol van Franz Meersdonk werd uiteindelijk Manfred Krug gekozen, die kort daarvoor vanuit de DDR naar West-Duitsland was overgekomen. Zijn tegenspeler, Günther Willers, werd vertolkt door Rüdiger Kirschstein. Samen vormden zij het duo dat de serie zijn herkenbare gezicht gaf.

Authenticiteit stond centraal in vrijwel alle aspecten van de productie. De opnames vonden plaats in de landen waar de verhalen zich afspeelden, en de lokale bevolking sprak meestal in de eigen taal. Er werden geen ondertitels gebruikt, omdat de makers de kijker het gevoel wilden geven echt in een andere cultuur te zijn. Ook bij de voertuigen werd gestreefd naar echtheid. Teischl stelde voor de eerste zes afleveringen zijn eigen Volvo F12 trekker ter beschikking, een truck van zijn bedrijf Tour Trans. Daarnaast werd een blauwe Mercedes-Benz NG 1632 gebruikt, die door Mercedes-Benz als leenvoertuig werd aangeboden.

De serie werd vaak vergeleken met de Amerikaanse productie Movin’ On (in het Duits bekend als Abenteuer der Landstraße), die tussen 1974 en 1976 in de Verenigde Staten liep en vanaf 1978 ook in Duitsland werd uitgezonden. Beide series draaiden om het leven van truckers, maar Auf Achse onderscheidde zich door zijn Europese en internationale setting en de nadruk op realistische situaties.

Door de combinatie van avontuur, cultuurverschillen, technische details en menselijke verhalen groeide Auf Achse uit tot een cultklassieker. De serie gaf een uniek inkijkje in een beroep dat normaal gesproken buiten beeld bleef en wist een breed publiek te boeien met zijn mix van spanning, humor en echtheid.

Löwenzahn

Löwenzahn – letterlijk vertaald als Paardenbloem – is een van de meest iconische educatieve kinderprogramma’s uit Duitsland. De serie werd ontwikkeld door de ZDF en ging op 7 januari 1979 van start onder de oorspronkelijke titel Pusteblume. Door problemen met de naamrechten werd de titel in 1981 gewijzigd naar Löwenzahn, de naam waaronder het programma uiteindelijk beroemd zou worden.

Gedurende meer dan vijfentwintig jaar werd Löwenzahn gedragen door één centrale figuur: Peter Lustig. Met zijn kenmerkende tuinbroek, rustige stem en nieuwsgierige houding wist hij generaties kinderen te boeien. Lustig presenteerde de serie tot eind 2005, waarna hij zich begin 2006 om gezondheidsredenen terugtrok. Zijn vertrek markeerde het einde van een tijdperk, maar de serie kreeg een nieuwe impuls toen Guido Hammesfahr het stokje overnam. Onder de naam Frits Fuchs werd hij het nieuwe gezicht van Löwenzahn, waarmee de reeks een frisse start maakte zonder haar oorspronkelijke charme te verliezen.

De populariteit van Löwenzahn bleef niet beperkt tot het televisiescherm. Door de jaren heen verschenen er meerdere computerspellen gebaseerd op de serie, waarin kinderen op speelse wijze konden leren over natuur, techniek en wetenschap. Daarnaast werden er twee speelfilms uitgebracht: Die Reise ins Abenteuer en Verblüffende Entdeckung in Bärstadt. Deze films borduurden voort op de thema’s van de serie en brachten de vertrouwde personages naar een groter verhaalformat.

In Nederland is Löwenzahn het best te vergelijken met Het Klokhuis van de NTR. Beide programma’s richten zich op kinderen in de basisschoolleeftijd en hebben als doel om complexe onderwerpen begrijpelijk en aantrekkelijk te maken. Löwenzahn legt daarbij de nadruk op wetenschap, met speciale aandacht voor biologie en ecologie. De serie behandelt uiteenlopende thema’s: van dieren en planten tot milieuvraagstukken, techniek, voeding, cultuur en zelfs astronomie.
Wat Löwenzahn onderscheidt, is de verhalende vorm waarin de informatie wordt aangeboden. De afleveringen spelen zich af in een herkenbare leefwereld, waarin terugkerende personages een belangrijke rol spelen. Zo is er buurman Paschulke, die vaak onbedoeld aanleiding geeft tot nieuwe ontdekkingen. Ook familieleden van de hoofdpersonages – zoals de tante van Peter of de zus van Frits – verschijnen regelmatig in beeld. En natuurlijk is er Keks, de hond van Frits, die met zijn vrolijke aanwezigheid een vaste plek in de serie heeft veroverd.

Hoewel Löwenzahn in Duitsland een begrip is en ook in andere landen bekendheid geniet, heeft de serie nooit een officiële uitzending gehad op de Nederlandse televisie.

Neues aus Uhlenbusch

Neues aus Uhlenbusch was een Duitse kinder- en jeugdserie die het leven in een Noord-Duits boerendorp op charmante en herkenbare wijze in beeld brengt. De reeks bestaat uit veertig afleveringen en werd tussen 1977 en 1982 geproduceerd en uitgezonden door het ZDF. De serie groeide uit tot een geliefde klassieker, vooral door de authentieke sfeer, de kinderlijke verwondering en de humor die in elke aflevering terugkeerden.

Hoewel Uhlenbusch een verzonnen dorp is, werd de serie opgenomen in verschillende echte Noord-Duitse plaatsen. Onder meer Rehburg-Loccum, Wiedensahl, Evessen, Bornum am Elm, Königslutter am Elm, Schöningen en Räbke vormden het decor voor de verhalen. Deze landelijke dorpen gaven de serie een geloofwaardige en herkenbare uitstraling: zandwegen, boerderijen, oude schuren en uitgestrekte velden bepaalden het beeld. Voor veel kijkers voelde Uhlenbusch daardoor als een plek die echt had kunnen bestaan.

Interessant genoeg bestaan er daadwerkelijk twee plaatsen met de naam Uhlenbusch: één in de stad Elsfleth in Nedersaksen en één bij Mölln in Sleeswijk-Holstein. Toch hebben deze locaties geen directe band met de serie; de naam werd puur gekozen vanwege zijn typisch Noord-Duitse klank.

De afleveringen werden telkens ingeleid door de kinderen die in die aflevering centraal stonden. Dat gaf de serie een speels en persoonlijk karakter. De cast bestond uit een groot aantal jonge acteurs, van wie sommigen later een succesvolle carrière opbouwden. De bekendste onder hen is Moritz Bleibtreu, die als kind een rol had in de serie en later uitgroeide tot een van de meest gerenommeerde Duitse filmacteurs.

Naast de kinderen speelden ook verschillende volwassen acteurs een belangrijke rol. Hans Peter Korff vertolkte de goedmoedige en soms wat naïeve postbode Onkel Heini, een personage dat door zijn vriendelijke uitstraling al snel geliefd werd. Trude Breitschopf speelde de kordate Oma Piepenbrink, terwijl Uwe Dallmeier gestalte gaf aan de boer Brömmelkamp. Hildegard Wensch verscheen regelmatig als Tante Appelboom, een figuur die in het dorp altijd wel ergens bij betrokken leek te zijn.

De regie van de serie lag onder meer in handen van Thomas Draeger, met Barbara Schubert als assistent. De scripts werden geschreven door een team van ervaren auteurs, waaronder Monica Bleibtreu, Rainer Boldt, Karlhans Frank, Bernhard Frey, Herbert Günther, Hans Peter Korff, Ingrid Kötter en Josef Rödl. Hun gezamenlijke werk zorgde voor verhalen die zowel humoristisch als hartverwarmend waren.

Het titellied, gecomponeerd door Graziano Mandozzi, werd een echte oorwurm. Vooral de refreinregel “Auweia, auweia, der Hahn legt keine Eier” bleef bij veel kijkers hangen. Het lied zette meteen de toon: vrolijk, licht en vol dorps charme.

Uitzending en blijvende populariteit
De eerste aflevering, getiteld Bierlisa, werd uitgezonden op 24 december 1977. In april 1978 volgde een bijzondere uitzending waarin drie afleveringen achter elkaar in het avondprogramma werden vertoond. Daarna liep de serie verder in reguliere uitzendingen en bleef jarenlang populair. Later verscheen de reeks ook op dvd, waardoor nieuwe generaties kennis konden maken met het dorp Uhlenbusch.

De serie werd onder de titel Nieuwtjes uit Uhlenbusch uitgezonden door de VARA. In totaal werden 21 van de 40 afleveringen in Nederland vertoond, verspreid over de periode 1979 tot 1982.

Hals über Kopf

Hals über Kopf was een populaire Duitse televisieserie voor kinderen en jongeren, geproduceerd door de publieke omroep ZDF. De reeks werd vanaf 1986 opgenomen en bestond uit 34 afleveringen van telkens ongeveer dertig minuten, voorafgegaan door een pilotaflevering. De eerste uitzending vond plaats in december 1987, waarna de serie tot 1991 regelmatig op televisie te zien was. De verhalen speelden zich af in West-Berlijn, een stad die in die tijd nog sterk getekend was door de politieke scheiding en daardoor een herkenbare, levendige achtergrond vormde voor de avonturen in de serie.

Elke aflevering draaide om een centraal thema: het verdwijnen van een kind. Dat klinkt dramatisch, maar Hals über Kopf koos bewust voor een luchtige en humoristische aanpak. De vermiste kinderen werden steevast teruggevonden in situaties die varieerden van chaotisch tot ronduit komisch. De serie wist hiermee een balans te vinden tussen spanning en humor, waardoor zowel jonge kijkers als hun ouders geboeid bleven.

Het herkenbare titellied Oh Schreck, Oh Schreck, das Kind ist weg, gezongen door Isabel Varell, zette meteen de toon. Het nummer werd een soort muzikale handtekening van de serie en bleef bij veel kijkers hangen als een vrolijke herinnering aan de zondagen of middagen voor de televisie.

Een bijzonder kenmerk van Hals über Kopf was de steeds wisselende cast van kinderen en ouders. Omdat elke aflevering een nieuw vermissingsverhaal vertelde, verschenen er telkens andere gezinnen in beeld. Dit gaf de serie een episodisch karakter en zorgde ervoor dat de verhalen fris en afwisselend bleven.

Toch waren er ook vaste personages die als rode draad door de serie liepen. Zo speelden Charlotte Matthiesen en Michael Schönborn regelmatig het echtpaar Wurzel, dat in meerdere afleveringen terugkeerde. Hun aanwezigheid gaf de serie een gevoel van continuïteit te midden van de steeds veranderende cast.

Het meest iconische personage uit de serie was zonder twijfel politieobermeister Hund, gespeeld door Wolfgang Gruner. Zijn naam alleen al – Hund – vormde een bron van humor, vooral wanneer hij zichzelf voorstelde met de woorden: “Hund, Hund wie Katze.” Hij raakte in vrijwel elke aflevering betrokken bij de vermissingszaken, maar zijn pogingen om orde te scheppen leidden meestal tot nóg meer verwarring.

Een running gag was dat er in elke aflevering minstens één arrestatie plaatsvond, steevast begeleid door zijn gevleugelde uitspraak: “Das wird nicht billig!” Ook zijn opvallende dienstwagen, een Citroën 2CV met de markante opdruk Polente, droeg bij aan zijn cultstatus binnen de serie.

De afleveringen van Hals über Kopf werden uitgezonden op zaterdagmiddag, een tijdstip waarop veel kinderen voor de televisie zaten. De serie werd goed ontvangen en kreeg een vaste plek in het jeugdprogramma-aanbod van het ZDF. Wie een aflevering had gemist, kon rekenen op een herhaling in de week erna.

Hoewel de serie vooral in Duitsland bekendheid genoot, vond ze ook haar weg naar andere landen. Zo werd Hals über Kopf in Nederland uitgezonden door de VPRO, op zondagochtend. Voor veel Nederlandse kijkers werd de serie daarmee onderdeel van hun wekelijkse ochtendritueel, vaak in combinatie met andere jeugdprogramma’s van de publieke omroep.

Graanhandelaar Willem Lenders: ‘Liever kleine baas dan grote knecht!’

De Beringse graanhandel van Willem Lenders (1869-1956), een oom van mijn grootmoeder Cato Lenders (1903-1992), was een bekende onderneming in Groot-Helden maar ook ver buiten de gemeentegrenzen. In het tot stand te komen boek ‘Van Bieringen Tot Beringe’, dat komende maand uit zal komen, wordt Willem Lenders en zijn graanhandel beschreven.

Zo’n twaalf jaar geleden is het initiatief genomen om een boek over de geschiedenis van Beringe te schrijven. Initiators waren wijlen Giel Kessels en Henk Thiessen. De insteek was om een historische publicatie over de geschiedenis van Beringe samen te stellen.

Bewust gekozen voor Beringe
Het was niet zomaar dat Willem Lenders (in de volksmond bekend als ‘Lètjes Wöllem’) voor Beringe als vestigingsplaats van zijn graanhandel koos. Vanwege de Noordervaart was er qua transport veel mogelijk.

In de tijd dat Lètjes Wöllem de Beringse onderneming startte, waren er veel kleine zelfstandigen met zo’n soort handelsbedrijven. De grote tegenstander was de Limburgse coöperatie Landbouwbelang, de latere Boerenbond. Daar gingen veel boeren ook naar toe en sommige kleine zelfstandige handelaren (die toentertijd zelf ook landbouwer waren) verkochten hun bedrijf aan het Landbouwbelang. “Lètjes Wöllem moest niks hebben van de grote boerenbond en de bewindvoerders van die organisatie. Zijn devies was: ‘Liever kleine baas dan grote knecht!”, zo herinneren de kinderen van mijn grootmoeder zich. Deze ongehuwde ‘Wöllemome’ woonde immers bij hen in huis in Everlo, dicht in de buurt van de graanhandel.

De herinnering van Lètjes Piet
Ik kan me herinneren dat mijn grootvader, ‘Lètjes Piet’ (1909-1998) verhalen vertelde over de graanhandel. Via het kanaal kwamen er schepen aan met kunstmest. Die moest in zakken gedaan worden en via een ladder van onder uit het ruim van het schip naar boven gedragen worden. Mijn grootvader vertelde dat het onder jonge mannen die dit werk deden een sport was om de zakken zo zwaar mogelijk te maken. “Vaeg alles wat er nag likt mèr bij-ein en doot ut mèr in eine zak”, zo vertelde mijn grootvader toen het schip bijna leeg was. Vervolgens werd zo’n zware zak op zijn rug gelegd en droeg hij die alleen vanuit het scheepsruim via de ladder naar de wal. Daar werd de zak gewogen. Meer dan 100 kilo zat erin. Mijn grootvader vertelde dat met enige trots maar zei er bij dat het eigenlijk een domme actie was toen hij nog jong en sterk was.

De geschiedenis van Beringe
Het boek ‘Van Bieringen Tot Beringe’ behelst de geschiedenis van Beringe over een periode van 1364 tot ongeveer 1960 waarin alle boerderijen en woningen met hun bewoners worden beschreven. Daarnaast gaat er veel aandacht uit naar de Noordervaart, waar zoals gemeld de graanhandel van Willem Lenders lag, en de tram.

Auteur Henk Thiessen laat weten dat volgens hem Beringe nooit zo was ontwikkeld, als de Noordervaart doorgetrokken was tot Venlo.

Momenteel worden de laatste werkzaamheden verricht aan de totstandkoming van het boek dat ongeveer 400 bladzijden telt en waarin ruim 1.300 foto’s zijn opgenomen.

Het boek over Beringe is vanaf volgende maand verkrijgbaar. Voorinschrijven kan nu reeds door 25 euro te betalen. Online is hier meer over te vinden.

Gediend onder Napoleon

Eind achttiende en begin negentiende eeuw dienden vele personen onder Napoleon bij het Franse leger. In mijn familie is dat ook het geval. Ik licht er één uit, Michiel Joosten (1793-1825), zoon van Gerardus Joosten en Johanna Daniëls. Michiel was een kleinzoon van Joannes Joosten en Cornelia Gommans, de voorouders van de grootmoeder (Maria Dorothea Joosten, 1879-1957) van mijn moeder.

Michiel diende vanaf 1813 bij de zesde coalitieoorlog, die duurde van maart 1813 tot mei 1814. Tijdens deze oorlog waren de Verenigde Staten de bondgenoot van Frankrijk.

In 1812 trok Napoleon Rusland binnen om tsaar Alexander I van Rusland te dwingen in het Continentaal Stelsel te blijven. Het Grande Armée, zo’n 600.000 man (270.000 Fransen en vele troepen van bondgenoten of vazalstaten), stak de rivier de Memel over op 24 juni 1812 en startte zijn veldtocht naar Rusland. Rusland noemde de oorlog de ‘Vaderlandse Oorlog’, terwijl Napoleon de oorlog de ‘Tweede Poolse Oorlog’ noemde. De verwachtingen van de 30% Polen in zijn leger werden echter niet ingelost, toen Napoleon weigerde enige concessie te doen aan Polen met toekomstige onderhandelingen met Rusland in het achterhoofd. Rusland paste de strategie van de verschroeide aarde toe, en trok zich alsmaar verder terug. De Russen trachtten de Fransen te stoppen bij Borodino, zonder succes, op 7 september.

Op 14 september werd Moskou bereikt en grotendeels platgebrand. Alexander weigerde echter zich over te geven. Napoleon kon zijn politieke doelen niet bereiken, en begon zijn desastreuze Grote Terugtocht, waarin 275.000 man omkwamen en er zo’n 200.000 gevangengenomen werden. Tegen november bereikten nog slechts 30.000 soldaten de rivier Berezina. Napoleon keerde terug naar Parijs in december.

De akte waarin Michiel Joosten wordt genoemd, is uitgezocht door Jacques Rutten. Rutten is gestart een lijst van de gemeente Helden door te nemen waarin maar liefst zeventig namen staan. Voor een dorp van zo’n 2.000 inwoners behoorlijk veel. Toch is die lijst allerminst volledig. In het archief van de gemeente Peel en Maas bevinden zich twee bestanden die nog heel wat extra namen en informatie opleveren. Het zijn het brievenboek van de maire (burgemeester) uit de Franse tijd en het militieregister van 1815.

In het militieregister van 1815 staan alle namen van mannen die eventueel zouden kunnen worden opgeroepen voor de nationale militie. Alle mannen die van 1780 tot en met 1796 zijn geboren staan in de lijst vermeld, tenminste als ze nog in leven zijn, of als men denkt dat ze misschien nog leven. Mannen van wie men zeker wist dat ze waren overleden, zijn (meestal) niet in de lijst opgenomen. Deze militielijst werd afgesloten op 1 juli 1815.

Bij heel wat namen in de lijst staat de vermelding ‘n’est pas revenu du service français’, (niet teruggekeerd uit Franse legerdienst, red.). Het gaat dus om mannen die dienden in het leger van Napoleon en die op 1 juli 1815 nog niet waren teruggekeerd, nadat Napoleon eind maart 1814 verslagen was. Het betreft jongelui die bijna zeker tijdens hun diensttijd zijn omgekomen, of vermist werden. Enkele van die vermisten vinden we later toch nog in Helden terug; de meesten echter zijn achtergebleven op één van de vele slagvelden of in een militair hospitaal, ver van huis.

In de papieren van die tijd staat bij Joosten geschreven ‘pourvoit à la subsistance de ses parents’. Dat betekent dat zijn ouders hem voorzien in zijn levensonderhoud. Tevens staat in de benoemingsakte dat Joosten ‘gereed is om te dienen’.

Ondertussen kon bij Vitoria-Gasteiz op 21 juni 1813 de Franse macht in Spanje gebroken worden door Arthur Wellesleys overwinning op Jozef Bonaparte. De Fransen werden gedwongen zich terug te trekken uit het Iberische schiereiland.

Oostenrijk en Pruisen zagen een kans in deze historische overwinning op Napoleon, en stapten terug in de oorlog. Frankrijk had kleine successen bij Lützen (2 mei 1813) en Bautzen (20 mei-21 mei) tegen Pruisisch-Russische legers. De slag bij Leipzig in Saksen (16 oktober-19 oktober), ook bekend als de Volkerenslag, uitgevochten tussen 195.000 Fransen en 350.000 geallieerden, dwong de Fransen zich terug te trekken in Frankrijk.

Napoleon leverde nog wat verzet in Frankrijk zelf, maar op 30 maart 1814 trokken de geallieerden Parijs binnen. Napoleon trad af op 6 april. Hierna werd het Congres van Wenen georganiseerd.
Napoleon werd verbannen naar Elba, en het huis Bourbon werd opnieuw op de troon gezet toen Lodewijk XVIII koning werd.

Mathijs Joosten bleef ongehuwd. Via zijn vader, Gerardus Joosten, ging de stamboom verder naar de huidige generatie.

Gezamenlijke voorouders leiden naar Heldense familie van Ninhuys

Iedereen familie? Als je ver genoeg gaat zoeken kom je met die bewering een heel eind, zeker in vroeger tijd toen leefgemeenschappen klein waren en er nog niet veel gereisd werd om een levenspartner te vinden. Per toeval ontdekte ik in mijn stamboom een familieband die start in 1643, toen Franciscus Nienhuis (later van Ninhuys) (1618-1666) in Helden trouwde met Margarita Jeucken (1625-1676).

Dochter Petronella (1646-1727) huwde met Mathias Goemans, deze tak komt uit bij Maria Dorothea Joosten (18749-1957) die in 1905 trouwde met Hendrik Jos Kranen (Kranes-Hein). Zij was mijn overgrootmoeder van moeders kant.

Dochter Maria Nienhuijs (1644-1727) trouwde in 1671 met Wilhelmus Verhaegh. Deze tak komt eveneens uit bij diezelfde Hendrik Jos Kranen (Kranes-Hein (1877-1952), mijn overgrootvader die trouwde met Maria Dorothea Joosten.

De familieband via de oudste dochter, Wilhelmina (1643-1712) is iets gecompliceerder. Zij huwde in 1664 met Henricus Wilms. De kleindochter van Wilhelmina, Petronella (1701), komt wederom uit bij Kranes-Hein maar de broer van Petronella (kunt u nog volgen…), Henricus Wilms (1668-1713) leidt vele generaties later via ‘Hoof Piet’ (1745-1833) naar mijn grootmoeder, Wilhelmina (Cato) Lenders (1903-1992), van vaders kant.

‘Iedereen familie’ heeft zo wel een hele aantoonbare betekenis.

Hij is (een heel stuk) af: De Frencken-stamboom

Het was medio 2016 toen vanuit een spontaan idee om een familie-reünie te organiseren, de interesse gewekt werd om eens uit te zoeken ‘waar wij vandaan komen’. Veel onderzoek, online, maar ook bij heemkundeverenigingen in onder meer Helden, Roermond, Roerdalen, Weert, het gemeentearchief van Peel en Maas en Roermond, het Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) in Maastricht en ik vergeet er beslist nog enkele. Nu, juli 2022, is de stamboom een heel stuk af.

Vandaag werd de Frencken-stamboom gepresenteerd, een boekwerk van bijna 650 pagina’s met gegevens, foto’s, verhalen en meer. Uiteraard is een stamboom nooit ‘af’, maar het ijkpunt is gemaakt. Van hieruit kunnen aanvullingen maar ook verbeteringen plaats vinden.

Ook interesse in deze ‘lijvige stamboom’? Stuur een mailtje en ik neem contact met je op.

Volksbelang heeft (bijna) alle winkelwaar!

Mathieu Frencken (1880-1961) heeft jarenlang geijverd en is opgekomen voor de belangen van de middenstand. In 1919 nam hij de winkel ‘Volksbelang’ in Panningen over van de familie Goossens. Het was een van de drukste winkels in Groot-Helden.

‘Klein maar dapper’ was Mathieu Frencken als zogenaamd ‘zet-kruidenier’ begonnen in de toenmalige Huishoek, later Steenstraat in Panningen.

Levensmiddelen waren er te koop maar ook werden naaimachines hersteld, zo blijkt uit een advertentie uit 1937. Bekend waren de sigaren welke er in de winkel te koop waren.

De winkel kende een grote aanloop van klanten. In 1958 werd besloten de winkel over te doen. Mathieu Frencken en zijn vrouw Petronella Crommentuijn (1883-1959) maakten plaats voor dochter Maria Elisabeth (Lies) (1913-2013) die met haar echtgenoot Frans Hermans (Koetsers Frans – 1912-1977) de winkel ging doen. Er vond een verbouwing plaats. “In de moderne en snelle tijd was intussen de winkel wat ouderwets geworden”, zo is terug te lezen in een artikel uit Midden-Limburg van 22 november 1958.
Gekozen werd om voor die tijd een moderne winkelinrichting te realiseren. Er werden drie afdelingen gerealiseerd: een baby-afdeling, een levensmiddelen-afdeling en een hoekje voor rookartikelen. Voor dat laatste plaatste men buiten de winkel een automaat, zodat klanten buiten openingstijden ook rookwaren konden verkrijgen, iets dat voor die tijd nieuw was en snel op diverse plekken in het straatbeeld te zien waren.

Mathieu en Petronella wilden het rustiger aan doen; lang konden ze hier niet van genieten want Petronella overleed negen maanden na hun ‘pensionering’. Op de Middenstandsjaarvergadering van 1960 stelde Frencken al zijn functies ter beschikking, omdat hij plaats wilde maken voor jongere krachten.
Ruim 35 jaar was hij bestuurslid van de R.K. Heldense Middenstand. Hij was voorzitter van de onderlinge glasverzekering, secretaris van de Middenstandszegelvereniging, bestuurslid van Santos en de Middenstands Handels Avondschool, vele jaren secretaris van het Actiecomité van de Middenstand en in de moeilijke jaren voor 1940 de grote promotor van de gezamenlijke inkoopvereniging, de KIV.

Door een noodlottig ongeval overleed Mathieu Frencken op maandag 30 oktober 1961 op 81-jarige leeftijd. Hij was per fiets op familiebezoek geweest bij zijn zoon Dré in Ommel en werd op de terugweg tussen Asten en Meijel aangereden door een tractor met aanhangwagen. Hierbij liep hij zware verwondingen op, waaraan hij is overleden.

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren