Meister Eder und sein Pumuckl
Toen in 1982 de eerste aflevering van Meister Eder und sein Pumuckl op de Duitse televisie verscheen, kon niemand vermoeden dat deze serie zou uitgroeien tot een van de meest geliefde kinderprogramma’s uit de Duitstalige wereld. De combinatie van hartverwarmende humor, technische innovatie en een unieke vriendschap tussen mens en kobold maakte de serie tot een klassieker die generaties kinderen en volwassenen wist te betoveren.
Een magische ontmoeting in een Münchense werkplaats
Het uitgangspunt van de serie is even eenvoudig als charmant. De rustige, wat ouderwetse meubelmaker Franz Eder leidt een bescheiden leven in zijn werkplaats in München. Zijn wereld verandert volledig wanneer een onzichtbare kobold, Pumuckl, aan een lijmpot blijft kleven en daardoor zichtbaar wordt. Volgens het “koboldenwet” moet hij vanaf dat moment bij Eder blijven. Deze premisse vormt de basis voor talloze avonturen, misverstanden en hartverwarmende momenten.
Pumuckl is speels, nieuwsgierig en soms ronduit ondeugend. Hij haalt kattenkwaad uit, steelt dingen die hij mooi vindt en veroorzaakt chaos zonder kwade bedoelingen. Tegelijkertijd is hij loyaal en helpt hij Eder wanneer het erop aankomt. De serie toont hoe de twee totaal verschillende personages – de rustige, bedachtzame Eder en de hyperactieve Pumuckl – elkaar aanvullen en een hechte band ontwikkelen.
Een innovatieve mix van realfilm en animatie
Een van de meest opvallende kenmerken van de serie is de technische uitvoering. Ellis Kaut, de bedenker van Pumuckl, stond erop dat de kobold als animatiefiguur in een echte omgeving zou verschijnen. Ze vond dat “het reële nodig is om het irreële begrijpelijk te maken”. Deze visie leidde tot een technisch uitdagende productie, waarbij de Pannonia-studio’s in Boedapest verantwoordelijk waren voor de animatie.
Elke scène waarin Pumuckl voorkomt, werd eerst als realfilm opgenomen. Een pop of markering gaf aan waar de animatie later zou komen. Vervolgens werden de tekeningen beeld voor beeld over de film gelegd en opnieuw belicht. Het resultaat was een geloofwaardige interactie tussen acteur Gustl Bayrhammer en de getekende kobold, die tot op de dag van vandaag indruk maakt.
De acteurs en hun bijdragen
Gustl Bayrhammer, die meester Eder speelde, was al bekend als de stem van Eder in de eerdere hoorspelen. Zijn warme, vaderlijke uitstraling maakte hem ideaal voor de rol. Hans Clarin, die Pumuckl insprak, gaf de kobold zijn kenmerkende hoge, energieke stemgeluid. De chemie tussen Bayrhammer en Clarin – zelfs al stonden ze nooit samen voor de camera – is een van de pijlers van het succes.
Daarnaast kende de serie een indrukwekkende lijst gastacteurs, waaronder bekende namen als Iris Berben, Helga Feddersen en Karl Dall. Dit gaf de serie een volwassen uitstraling en maakte haar aantrekkelijk voor zowel kinderen als ouders.
Verhalen vol humor, chaos en levenslessen
De afleveringen variëren van luchtige grappen tot meer serieuze thema’s. Pumuckl veroorzaakt vaak problemen door zijn nieuwsgierigheid of impulsiviteit. Soms wordt hij zelfs uit huis gezet, zoals in de aflevering Der große Krach, maar altijd volgt een verzoening. De serie benadrukt vriendschap, verantwoordelijkheid en het belang van begrip voor elkaar.
Sommige afleveringen hebben een avontuurlijk karakter, zoals Die Bergtour, waarin Pumuckl zijn erfelijke gave om slecht weer te voorspellen gebruikt om Eders neef te redden. Andere verhalen spelen zich af in het dagelijks leven van de werkplaats, waar klanten, buren en vrienden van Eder regelmatig voor komische situaties zorgen.
Muziek en cultuur
Het titellied Hurra, hurra, der Pumuckl ist da werd een hit op zichzelf. De serie verweeft bovendien traditionele Beierse cultuur in de vorm van volksliederen en gezegden. Dit gaf de afleveringen een herkenbare regionale sfeer, zonder dat ze hun universele aantrekkingskracht verloren.
Draaiplaatsen en nalatenschap
Veel scènes werden opgenomen in München, vooral in de wijk Lehel. De originele werkplaats van meester Eder stond in de Widenmayerstraße 2, maar werd na de opnames afgebroken. Sinds 2023 herinnert een gedenkplaat aan deze iconische locatie.
De serie kreeg verschillende vervolgen en spin-offs, waaronder de film Pumuckl und sein Zirkusabenteuer (2003) en de nieuwe reeks Neue Geschichten vom Pumuckl (2023), waarin een nieuwe generatie kennismaakt met de kobold.
Een tijdloos fenomeen
Meer dan veertig jaar na de eerste uitzending blijft Meister Eder und sein Pumuckl een geliefd onderdeel van de Duitse cultuur. De serie combineert humor, nostalgie en technische creativiteit op een manier die zelden wordt geëvenaard. De vriendschap tussen Eder en Pumuckl – een rustige vakman en een chaotische kobold – blijft een verhaal dat jong en oud aanspreekt.
Ook in Nederland werd deze serie uitgezonden, in de jaren tachtig en negentig bij RTL Véronique en later RTL4. De afleveringen werden in het Nederlands nagesynchroniseerd.

Bewust gekozen voor Beringe
De herinnering van Lètjes Piet
De geschiedenis van Beringe
De akte waarin Michiel Joosten wordt genoemd, is uitgezocht door Jacques Rutten. Rutten is gestart een lijst van de gemeente Helden door te nemen waarin maar liefst zeventig namen staan. Voor een dorp van zo’n 2.000 inwoners behoorlijk veel. Toch is die lijst allerminst volledig. In het archief van de gemeente Peel en Maas bevinden zich twee bestanden die nog heel wat extra namen en informatie opleveren. Het zijn het brievenboek van de maire (burgemeester) uit de Franse tijd en het militieregister van 1815.
Mathijs Joosten bleef ongehuwd. Via zijn vader, Gerardus Joosten, ging de stamboom verder naar de huidige generatie.
De familieband via de oudste dochter, Wilhelmina (1643-1712) is iets gecompliceerder. Zij huwde in 1664 met Henricus Wilms. De kleindochter van Wilhelmina, Petronella (1701), komt wederom uit bij Kranes-Hein maar de broer van Petronella (kunt u nog volgen…), Henricus Wilms (1668-1713) leidt vele generaties later via ‘Hoof Piet’ (1745-1833) naar mijn grootmoeder, Wilhelmina (Cato) Lenders (1903-1992), van vaders kant.
‘Klein maar dapper’ was Mathieu Frencken als zogenaamd ‘zet-kruidenier’ begonnen in de toenmalige Huishoek, later Steenstraat in Panningen.
De winkel kende een grote aanloop van klanten. In 1958 werd besloten de winkel over te doen. Mathieu Frencken en zijn vrouw Petronella Crommentuijn (1883-1959) maakten plaats voor dochter Maria Elisabeth (Lies) (1913-2013) die met haar echtgenoot Frans Hermans (Koetsers Frans – 1912-1977) de winkel ging doen. Er vond een verbouwing plaats. “In de moderne en snelle tijd was intussen de winkel wat ouderwets geworden”, zo is terug te lezen in een artikel uit Midden-Limburg van 22 november 1958.
Mathieu en Petronella wilden het rustiger aan doen; lang konden ze hier niet van genieten want Petronella overleed negen maanden na hun ‘pensionering’. Op de Middenstandsjaarvergadering van 1960 stelde Frencken al zijn functies ter beschikking, omdat hij plaats wilde maken voor jongere krachten.