Oude prent Molenstraat laat Postkantoor Frencken zien

Een foto, begin 1900 uitgegeven door Henri Hupsch Fotografie uit Vught van de Molenstraat in Helden-Dorp laat zien hoe het eerste postkantoor van Helden er uit zag. Tot op heden was daar nog geen foto van gevonden.

Het eerste huis rechts op de foto is ten tijden van het maken van de foto, de woning van Siegfridus Frencken. Die overleed in 1907. Zijn petekind, Hubertus Theodorus Frencken (1873-1923) begon in dit pand als postkantoorhouder. Na het overlijden van Siegfridus is Hubertus Theodorus Frencken hier gaan wonen met zijn gezin.

Deze woning die dus dienst deed als eerste Postkantoor in Helden is op 21 juli 1911 afgebrand. Blussen ging nog niet zo snel, want er was slechts één watertappunt in Helden-Dorp en dat was op De Pool.
Het huidige gebouw, waar later een bakkerij in gehuisvest werd en nu een cafetaria, werd ervoor in de plaats gebouwd. Dat gebouw heeft nog lange tijd gediend als postkantoor.

Uit de krant
In De Limburger Koerier, met ruim 50.000 abonnees het grootste katholieke dagblad van Nederland in die tijd, van 25 juli 1911 staat te lezen:
HELDEN-Vrijdagmiddag brandde in Dorp het telefoonkantoor met annexe gebouwen van H. Frencken, telefoonbeambte, af. Door spoedig toegeschoten hulp kon nog veel uit het brandende gebouw gered worden; terwijl door een beambte uit Venlo, die spoedig op de plaats des onheils was, de verbinding met het brandende perceel, afgesloten werd.
De beide brandspuiten uit de gemeente waren onmiddellijk ter plaatse, doch konden wegens gebrek aan water, niet veel uitrichten. Twee stuks geiten zijn verbrand. Assurantie dekt de schade.

Op 12 augustus 1911 kan men in de Venlosche Courant lezen:
Waarschijnlijk zal in de a.s. week een begin worden gemaakt met den wederopbouw van het door brand vernielde huis en telefoonkantoor van den heer H. Frencken. Velen hopen dat de telefonische verbinding met Venlo weer spoedig tot stand kan kome, tot groot gerief van de inwoners van Helden (Dorp).

Meer herkenningspunten
Op de foto is meer te herkennen. Zo zie je links het huis van de familie Spoormakers. Achter deze woning zie je de sigarenfabriek Niesen en aan de rechterkant is een stuk te zien van de oude winkel van de familie Vossen (Vosses Tinus, later Cox).

Henri Hupsch
Henricus Johannes Antonius Josephus Maria (Henri) Hupsch (1878-1962) uit Vught was begin 1900 een veel geraagd fotograaf in Zuid-Nederland. Naast portretten heeft hij vele molens gefotografeerd.
Hupsch gaf begin 1900 meerdere foto’s uit van Helden. Zo is er in de geschiedenisboeken ook een foto van het Mariaplein van deze uitgever gevonden.

Een analyse: Achternaam ‘Frencken’ is patroniem van de achternaam ‘France’?

Wanneer je zoekt op de achternaam Frencken merk je dat er diverse schrijfwijzen zijn. In onze streken heeft men, volgens kenners, een achternaam aangenomen vóór 1650, terwijl Napoleon dit pas in 1811 invoerde. De overgang van kerkelijke registers naar de burgerlijke stand is hierin een apart hoofdstuk. Onze achternamen zijn daarmee vaak ook meer dan 350 jaar oud. Maar hoe zit het nu met de achternaam Frencken?

De Germaanse volken die sinds de vijfde eeuw het gebied van het huidige België en Nederland bewoonden, de Franken, de Friezen en de Saksen, hadden een éénnaamsysteem. Eén naam volstond, omdat bijna iedereen een verschillende naam kreeg. Dit was mogelijk door het combineren van naamelementen tot steeds nieuwe, tweeledige samenstellingen.

In de middeleeuwen is het Germaanse éénnaamsysteem langzaam maar zeker in verval geraakt en geleidelijk vervangen door een tweenamensysteem, bestaande uit een voornaam plus een toenaam.

Gewone mensen hier konden voor 1650 niet lezen of schrijven. Zij spraken die (toe-)familienaam uit in het dialect. De pastoor schreef die namen op. De geestelijke verlatijnsde vervolgens de namen. Fouten in de schrijfwijze maakten niets uit: de mensen zelf konden dat toch niet controleren… En zo kon Frencken ook Frenken of Fran(c)ken zijn, en zelfs Fran(c)que.

Ook bij gerechtszaken of in aktes schreef men die namen op zoals men dacht dat goed was. Een groot probleem was om klanken te schrijven waar in het Latijn of het Nederlands geen teken voor was. Wat te doen met -ao-, -ae-, -äö-, -ö-, -è-, -ó-, sj-, -gk- als je helemaal geen voorbeeld bij de hand hebt? Dan doe je dat maar op goed geluk… Veel van onze familienamen hebben nu een spelling ‘op goed geluk’. De namen in het westen en noorden van Nederland zijn veel jonger: uit het begin van de negentiende eeuw. Dat is meestal goed te zien aan de spelling. De Limburgse familienamen zijn veel ingewikkelder gespeld.

De stamboom van de familie Frencken die ik samen met mijn oom Hub uitzocht, gaat terug naar 2 april 1613, met de doop van Franciscus Frencken. Het zou zomaar kunnen dat de naam Franciscus de latere achternaam Frencken zou voortbrengen, maar zelf twijfel ik daar aan, omdat in de doopakte van Franciscus al Frencken als achternaam wordt geschreven. Het zou zomaar kunnen dat een van de voorvaderen van deze Franciscus dezelfde voornaam had die vervolgens als het patroniem ‘Frencken’ voor de achternaam zou zorgen. Dat is één optie.

Een andere optie is de komst van de ‘Frenckens’ via de Maas vanuit Frankrijk, waar de achternaam ‘France’ dan ver’hollandst’, zou zijn naar Frencken. In de stamboom zie je de naam France namelijk ook terug. Dionisius Frencken, geboren rond 1640 wordt in de huwelijksakte met Anna Cosijnkers als ‘France’ aangeduid. Het proces dat ‘France’ uiteindelijk ‘Frencken’ is geworden, zou hierbij een aan voorzichtigheid grenzende, waarheid kunnen bevatten. Al heeft het transformatieproces waarschijnlijk enkele honderden jaren geduurd. Feit is namelijk dat de achternaam ‘France’ in Noord-Frankrijk veelvuldig voorkomt, waar er zelfs stambomen zijn die teruggaan tot 900 na Christus. Een aansluiting vanuit onze stamboom is (vooralsnog) niet te vinden, het zal bij speculeren blijven, of toch niet?

Rond 1500 was er een grote migratie vanuit Frankrijk naar het noorden (oorlogen, ziektes) en zo werden heel wat familienamen langzaam maar zeker ‘verhollandst’. Voordat de Fransen in Limburg kwamen, zullen ze door België gekomen zijn. Het vermoeden is dat men stroomopwaarts de Maas gevolgd is. In België kwam in 1585 een grote migratiestroom naar Nederland op gang, ten tijden dat de Spanjaarden de baas waren (Filips II). Vermoedelijk is men verder stroomopwaarts de Maas gegaan. Dit wordt gestaafd doordat er in Belgisch-Limburg van Lanaken tot Kinrooi nog personen wonen met de achternaam ‘Fren(c)ken’.

Het verhaal zou aannemelijk kunnen zijn, toch blijft het slechts een aanname, weliswaar gestaafd met enkele feiten. Eén van die zaken is het transport. Ruwweg tussen 1485 en 1600 ontstond de beurtvaart, uit de vervoersvraag, de concurrentie tussen schippers en vooral de wens van lokale overheden om het vervoer te reguleren. Het zou deze wijze van transport zijn waarop men zich stroomopwaarts de Maas kon begeven.

De start van onze stamboom, in 1613, is in Roermond, ook langs de Maas. In deze regio concentreerden zich vanaf 1600 drie eeuwen mensen met de achternaam ‘Frencken’, veelal (ver) familie van elkaar die zich naar gelang de tijd vorderde, steeds eenvoudiger konden verspreiden.

Parenteel van de familie Frencken beschreven

In navolging van de geschiedenis van de familie Janssen, heb ik de geschiedenis van de familie Frencken beschreven.

De eerste Frencken, Franciscus, treffen we net na de inname van Roermond aan, aan het eind van de Tachtigjarige Oorlog. Van hieruit reizen we vanuit Roermond, via Vlodrop, Melick en Herkenbosch iets noordelijker, naar Helden, waar Lambertus (1808) als kleermaker aan de slag ging.

Het gehele uitgebreide verhaal is hier te lezen.

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren