Jacques Frencken is in Beringe bekend onder zijn geuzenaam ‘Meester Frencken’. Als hoofd der school was hij een bekend gezicht in de dorpskern van de voormalige gemeente Helden. Op deze website schreven we eerder over hem, want hij wist in 1944 op opzienbarende wijze aan de Duitsers te ontsnappen en hij was na de Tweede Wereldoorlog samen met zijn broer Harry de úitvinder’ van de ‘Pupil’, een zelfbouwradio, op de markt gebracht door de firma van broer Harry, Maxwell. Over die ‘Pupil’ kwam een filmpje boven water.
In het filmpje is te zien hoe radioamateur Piet Lassche een werkende ‘pupil’ aanbiedt aan de toen 89-jarige Jacques Frencken. De zoon van Jacques, Henk Frencken meldt: “Ik heb het filmpje gemaakt toen mijn vader 89 jaar was, een jaar voor zijn overlijden in 2013.”
Tevens is te zien hoe Jacques Frencken vertelt over een toenmalige radio-uitzending. Daarnaast vertelt Jacques dat de kastjes waar de ‘Pupil’ in zat in Panningen gemaakt werden door een bedrijf die dozen voor sigarenfabrieken maakte, waarin het radiotoestel goed paste.
Er zijn drie generaties Frencken te zien in de film, grootvader Jacques, zoon Henk en kleinzoon Han. Grootvader Jacques geeft in het filmpje nog wat achtergrondinformatie, zo vertelt hij dat Philips op een bepaald moment in de gaten kreeg dat de ‘Pupil’ erg in trek was en een eigen versie maakte, genaamd ‘pionier’.
Opa Harrie Frencken, die cursussen radiotechniek gaf, stond aan de wieg van een van de grootste aanbieders van afstandsonderwijs in Nederland: NHA in Panningen. Over het succes van de cursussen thuiskapper en Spaans.
Bij NHA, de aanbieder van thuisstudie in Panningen, werkt iedereen thuis vanwege het gevaar van besmetting met het coronavirus, zo staat donderdag 16 december 2021 te lezen in ‘Dagblad de Limburger‘. In de ‘drukkerij’ wordt wel volop gewerkt. De printer spuugt lesstof voor het staatsexamen havo uit met een snelheid van driehonderd pagina’s per minuut.
“Het lesmateriaal wordt afgedrukt op bestelling”, legt commercieel manager Bart Frencken (39) uit. NHA sloeg vorig jaar een nieuwe weg in met de campagne ‘Dit is jouw tijd’. Benadrukt wordt dat studeren zinvol is en gelukkig maakt. De nieuwe koers wierp vrucht af. De website werd onlangs verkozen tot beste van 2021 in de categorie Educatie & Opleiding.
Bovendien werd NHA in 2020 gebombardeerd tot beste online opleider van Nederland, memoreert Frencken. Dat Udemy een plekje hoger staat, laat hij buiten beschouwing. “Dat is een buitenlands bedrijf dat zijn cursussen alleen in het Engels aanbiedt.” In zijn ogen is het een grote prestatie dat een familiebedrijf uit Noord-Limburg al 85 jaar succesvol aan de weg timmert. In die tijd volgden ruim twee miljoen mensen een cursus of opleiding van NHA, stelt Frencken.
Oprichter was zijn opa: Harrie Frencken. De onderwijzer was geïnteresseerd in radio’s en bouwde in 1935 zijn eerste toestel. Hij besloot cursussen radiotechniek aan te bieden. Voor 18.50 gulden kregen mensen een opleiding en de onderdelen om zelf een radio te bouwen. De bouwpakketten stonden aan de basis van Instituut Maxwell, dat later opgesplitst werd in twee aparte bedrijven: elektronicaketen Maxwell en opleidingsinstituut NHA.
Frencken: “Mijn opa vond dat onderwijs voor iedereen toegankelijk en betaalbaar moest zijn. De mensen die niet naar school konden, konden thuis studeren. In de avonduren wen in hun eigen tempo. Daar is veel gebruik van gemaakt.”
Maxwell, dat in zijn hoogtijdagen 31 filialen had, werd in 2016 verkocht. NHA groeide uit tot één van de grootste aanbieders van afstandsonderwijs. Inmiddels staat de derde generatie aan het roer, met Harrie’s kleinkinderen Rob (45), Tom (43), Bart (39) en Marlous (30). NHA telt ongeveer 75 werknemers en 500 freelancers (docenten, auteurs), en biedt 550 opleidingen aan.
Dat varieert van cursussen computervaardigheden als Word en Excel tot een vmbo- en vwo-opleiding. In 2017 is NHA gestopt met de MBO- en HBO-opleidingen, waarop de onderwijsinspectie meermaals kritiek had geuit. Volgens Frencken had het NHA de opleidingen in 2017 ‘perfect op de rit’, maar waren ze niet langer rendabel.
Razend populair werd de cursus thuiskapper in de eerste lockdown. Omdat de kappers dicht moesten, gingen mensen het zelf leren. Sommigen hadden het na een paar weken aardig onder de knie.”
Het Pannings bedrijf heeft ‘enkele tienduizenden cursisten’ per jaar, zo vertelt Frencken. Door de coronacrisis zag het bedrijf de animo fors toenemen. “Vooral in de eerste en tweede lockdown. Razend populair werd de cursus thuiskapper. Omdat de kappers dicht moesten, gingen mensen het zelf leren. Sommigen hadden het na een paar weken aardig onder de knie.”
Daarnaast gingen honderden mensen gebarentaal leren, wellicht aangespoord door de coronapersconferenties met Irma Sluis. Met stip bovenaan staat echter Spaans. “Veel mensen gaan er op vakantie, hebben zich vaker voorgenomen om de taal te leren en hebben in de coronacrisis, als ze veel thuis zitten, geen excuus meer.”
De crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw was voor veel mensen in economische zin een barre tijd. Niet iedereen heeft toen het hoofd in de schoot gelegd. In Panningen is daarvan een sprekend voorbeeld te vinden: de familie van Mathieu Frencken.
Mathieu Frencken 30.09.1880
Mathieu Frencken heeft in de jaren dertig de kruidenierswinkel ‘Volksbelang’ in Panningen, gelegen op de hoek van de huidige Kennedylaan en de Schoolstraat, waar lange tijd de firma Kömhoff zat.
Hij heeft vijf kinderen: een dochter en vier zonen. Omdat hij vindt dat een betrekking bij de overheid de beste vooruitzichten biedt op een vaste baan, laat hij de vier zonen een onderwijzersopleiding volgen. Drie van hen krijgen een baan in de toenmalige gemeente Helden: Jacques in Beringe, Harrie en Dré in Koningslust. Tijdens zijn studie in Maastricht raakt Harrie geïnteresseerd in radio’s en in zijn vrije uren repareert hij radio’s bij Tummers (Lektries Frenske). In 1935 bouwt hij zelf zijn eerste radiootje.
De radio in de jaren twintig en dertig
Vanaf het midden van de jaren twintig zijn er in Nederland al aanbieders van zelfbouwradio’s. Het zijn bouwpakketten met een instructie. Harrie vindt dat te weinig. Hij ontwikkelt een cursus met achtergrondkennis voor radiotechniek. In die jaren groeit de belangstelling voor de radio-uitzendingen. In 1935 zijn al een aantal radio-omroepen actief: NCRV, KRO, VARA, VPRO en AVRO. Harrie krijgt de indruk dat de radio wel eens gemeengoed zou kunnen worden.
Dan komt in 1940 de oorlog en verandert er veel in radioland. De omroepen worden verboden en het bezit van een radio is verdacht. In Engeland krijgt Radio Oranje elke dag 15 minuten zendtijd. Harrie stopt met zijn radio-activiteiten en verzorgt keurig zijn lessen aan de basisschool in Koningslust.
Na de oorlog volgen de ontwikkelingen elkaar snel op. In 1945 en 1946 verzorgt Herrijzend Nederland de uitzendingen en daarna Stichting Radio Nederland. In 1947 hervatten de omroepen hun werkzaamheden. Het aantal radio’s in Nederland groeit van 300.000 in 1945 tot ruim 1 miljoen in 1949. De radio wordt een echt familiemedium.
Uit de startblokken
Tegen deze achtergrond hervat Harrie zijn activiteiten uit de crisisjaren. Van de paters (de Heren Lazaristen uit Panningen) huurt hij een stencilmachine om de cursus radiotechniek te vermenigvuldigen. Dat is hard nodig, want tot zijn grote genoegen groeit de vraag naar cursussen en bouwpakketten enorm. Al gauw is er behoefte aan een ponsmachine om gaten in de bouwplaat te maken, een zetmachine om platen te buigen en de nodige typmachines. Een aantal bouwpakketten komt terug en moet gerepareerd worden, waarop Harrie een deskundige technische dienst opzet.
Niet lang na de beëindiging van de oorlog in Helden in november 1944 ontdekt Harrie dat hij meer in zijn bedrijf kan verdienen dan met lesgeven in Koningslust. Hij neemt ontslag om zich geheel te kunnen wijden aan het schriftelijk onderwijs en de verkoop van bouwpakketten. Het bedrijf is in de beginfase in handen van een collectief, dat samenwerkt in de vorm van een NV. Naast Harrie en diens broer Jacques, maken Jan Peters, Sjaak Wilms en Frans Saes er deel van uit.
Het bedrijf moet natuurlijk ook een naam hebben. Men kiest voor Maxwell, naar James C. Maxwell, de natuurkundige die in 1873 het bestaan van de elektromagnetische golven voorspelde. De naam Herz is ook gepasseerd, maar er bestond al een Duitse firma met de naam Herz. Ook de radio die uit zijn bouwpakket samengesteld kon worden, moet een naam krijgen. Het wordt ‘pupil’. Het is een eenvoudige ontvanger met als belangrijkste onderdelen één radiobuis van Philips, een afstemcondensator, een batterij, een antenne, een hoofdtelefoon en een kast die door een timmerman in Panningen (Trines Sjaak) wordt gemaakt.
Eerste logo Maxwell
Het eigenlijke idee voor een één-lampertje was van de oprichter van Maxwell, zijn jongere broer, Jacques Frencken. Deze beide heren stonden aan de wieg van de Pupil en kunnen als de geestelijk vaders beschouwd worden . Volgens deze broer geldt ook hier het gezegde: “Het succes heeft soms vele vaders!”
Het eerste model was, (evenals de latere, iets grotere) gebouwd in een houten kastje. De buis, meestal de DL92 (3S4) of de DL91 (1S4), was toen nog boven op het kastje geplaatst terwijl de batterij als extern apparaat buiten de kast gehouden was. Eigenlijk het idee van de vroegere ontvangers, buizen er bovenop en een plaatspanningsapparaat apart.
Het vervolg van de radio-toestellen
De opvolger van de Pupil was de Padvinder, een zogenaamde kampeer-radio. Tegenwoordig zouden we dat een portable noemen. Deze ontvanger beschikte over twee buizen, een roosterdetector en een laagfrequent eindtrap, deze combinatie was ook in staat de conus van een luidspreker in beweging te krijgen. Ik vermoed dat er wel een stuk draad als antenne dienst moest doen en aarding was eigenlijk ook wel hard nodig.
Hierna kwamen de meer geavanceerde ontwerpen, zoals de “Junior”, twee buizen met wisselstroomvoeding. Het voordeel van deze toestellen was de uitbreidbaarheid naar een volgend model. Ook de keus aan prachtige gepolitoerde kasten was ruim.
Om het aanbod compleet te maken waren er nog bouwpakketten voor versterkers, de David en de Goliath, een bandrecorder en universeelmeters.
Omdat de Pupil en de Padvinder gebruik maakten van roosterdetectie, en dit een patent was van Philips, moest er per ontvanger een bedrag overgemaakt worden aan de gloeilampenfabriek. Philips kreeg toen in de gaten dat het maken van bouwpakketten wel een lucratieve bezigheid was en stortte zich met veel reclame op dit gebied. Het resultaat was de EE-serie en de Pionier.
Jacques Frencken
Na de oorlog is er ook veel belangstelling voor schriftelijke cursussen. Er opent zich een markt. Harrie besluit daarop ook andere cursussen landelijk te gaan aanbieden.
Jacques, onderwijzer in Beringe, helpt zijn broer daarbij zoveel hij kan. Bijna iedere dag fietst hij van Beringe naar Panningen om de activiteiten van zijn broer te ondersteunen. Het is weliswaar verboden voor een onderwijzer een betrekking te hebben bij een bedrijf, maar omdat Maxwell een onderwijsinstituut is, geldt voor hem dat verbod niet.
Hij helpt niet met radiotechnische zaken maar met het promoten van de cursus en het ontwikkelen van een verbreed cursusaanbod.
Men adverteert erg gericht: in omroepbladen en vakbladen voor radioamateurs. Ook schrijft men heel veel smeden en fietsenmakers aan. De broers denken dat zich in die groep mensen veel potentieel geïnteresseerden bevinden. Jacques heeft ook de offsetmachine in 1950 gekocht en een cursus gevolgd in het bedienen van het toestel. Daarna heeft hij op zijn beurt de mensen van Maxwell geleerd hoe men met de machine om moest gaan.
Utrecht
Het bedrijf groeit maar door. Zo lezen we in een folder uit 1959 de volgende cursuscategorieën: talen, handel en bedrijven, Mulo en ontwikkeling, hobby en tekenen, radio en tv en tenslotte eenvoudige technieken. Ook de handelsgroep is dan flink uitgebreid: natuurlijk nog de bouwpakketten, maar ook onder andere radio’s, tv’s en witgoed.
Harrie vraagt zich ondertussen af of Panningen wel de juiste vestigingsplaats. Begin jaren vijftig opent hij een vesting aan de Westerstraat in het centraal gelegen Utrecht. De gemeente Utrecht heeft echter andere plannen met de Westerstraat en besluit tot de bouw van Hoog Catharijne (geopend in 1973) aan die straat. Harrie zoekt daarom in het begin van de jaren zestig een nieuwe locatie en vindt die aan de Maliesingel.
Een definitief onderkomen
Harrie was zijn bedrijf gestart in een kamer van zijn vaders’ winkel, het Volksbelang. Al gauw is die te klein en zoekt hij nieuwe locaties. Hij vindt een kamer aan de andere kant van de weg op de hoek waarin ook de Coöperatie is ondergebracht en een in de Villa van Saes, twee huizen verderop, richting Beringe.
In 1948 verlaat de Mulo het oude distributiekantoor op de westelijke hoek van Schoolstraat en Koninginnelaan. Het gebouw wordt enige jaren later aangekocht en nadien uitgebreid met een grote winkel. Eind jaren tachtig bouwt men de NHA (Nationale Handels Academie) aan het Industrieterrein in Panningen. En nog weer later het Maxwellgebouw bij de rotonde aan de Beekstraat/Maasbreeseweg.
Doorgroei in Panningen
In de jaren zeventig gaat zijn aandacht vooral uit naar de groei van het aantal Maxwellwinkels. Vooral het bedrijfsonderdeel schriftelijke cursussen lijdt daaronder. Hij ziet daarom ook af van zijn plannen om zijn bedrijf in Utrecht verder uit te bouwen en in de buurt van deze plaats te gaan wonen.
In 1987 staat de volgende generatie te popelen om de schouders onder het bedrijf te zetten. Zij richten in Panningen de NHA (Nationale Handels Academie) op en bouwen beide onderdelen uit tot een succes. In de hoogtijdagen van Maxwell had het bedrijf 22 eigen winkels en 150 personeelsleden. Bij NHA werken ongeveer 300 freelance docenten en zo’n 100 personeelsleden.
In 2016 worden enkele winkels van Maxwell overgenomen door EP, Electronic Partner. Daarnaast gaan sommige filialen verder door lokale ondernemers. De nazaten van Harrie Frencken richten zich op de NHA.
Harrie overlijdt op 24 maart 2006 op 90-jarige leeftijd en Jacques, die tot zijn pensionering als hoofd der school in Beringe werkt, overlijdt eveneens op 90-jarige leeftijd, op 8 januari 2013.