Meijelse Herberg De Swaen onder invloed van familie Lenders

Herberg De Swaen van echtpaar Lenders-Geutjens lag dicht bij de kerk in Meijel en was belangrijk in het dorp omdat daar onder meer de vergaderingen van de schepenbank (het gemeentebestuur in vroeger tijden) werden gehouden. Overigens is De Zwaan later (door ene Lenders) naar de Dorpsstraat overgeplaatst en is daar nog, met historische figuren in herinnering, onder andere Zwaansechannes en Lindernella.

Petronella Geutjens, dochter van Anna Cuypers huwt op 8 mei 1751 met de Meijelse herbergier Jan Lenders, woont met hem in ‘Den Swaen’ en wordt op 28 maart 1759 na acht jaar al weduwe tot haar dood in 1979. In hun huwelijk krijgen ze vijf kinderen, onder wie Hendrik (6 februari 1752) en Jan (6 augustus 1759).

Zoon herbergier Hendrik Lenders (raadslid van 1800 tot 1819) woont tot 1787 in Helden en trouwt er met de Heldense Adriana Korsten. De broer van Hendrik, brouwersknecht Jan Lenders, trouwt met Anna Martens.

De twee broers Hendrik en Jan Lenders worden extra gekoppeld als Arnold Lenders, oudste van de negen kinderen van herbergier Hendrik, in 1831 trouwt met zijn 24 jaar jongere nicht Petronella Lenders, dochter van brouwersknecht Jan Lenders. Zij krijgen voor dit huwelijk dispensatie uit Rome.
Als deze Arnold bij zijn geboorte ingeschreven wordt, blijkt dat de oude naam van betovergrootvader Lettiens of Litjens nog steeds gebruikt wordt. Men vermeldt hem in Helden niet als Arnold Lenders maar als ‘Arnold Letten’, bij zijn huwelijk in Meijel trouwens ook. Hij ondertekent de huwelijksakte echter met Lenders evenals zijn broer Willem in 1820. De landbouwer, koopman en herbergier Arnold Lenders is in 1843 eigenaar van het oude familiebezit totaal bijna 58 are. Arnold moet in Meijel gezien zijn als een hereboer, omdat hij een in die tijd ongekend groot grondbezit heeft: naast de genoemde 58 are nog 516 are bouwland, 39 are weiland, 139 are hooiland, 36 are dennenbos en 4 are moeras voor turfsteken in de MortelsePeelken.

Hendrik Adriaan Lenders, op 3 mei 1833 geboren als zoon van Arnold en Petronella Lenders, trouwt met Dorothea Neessen uit Helden en houdt zich steeds meer bezig met ‘boeren. De herbergactiviteiten zijn door de overgrootvader Arnold Cuypers immers al meer dan een eeuw eerder grotendeels verplaatst van de Molenstraat naar de Swaen aan de Kerkstraat. Andere familieleden gaan door met brouwen en bierverkopen, zoals de twee neven Hendrik Adriaan: Jan Adriaan Lenders, zoon van Jan Lenders, als bierbrouwer en gemeenteontvanger en Adriaan, zoon van Leonard Lenders, die de Zwaen verplaatst van de Kerkstraat naar de Dorpstraat in Meijel.

Met dank aan Roos Aerts-Lenders

Foto’s: PeelenMaasNet

Meijelse roots rond de Sint Wilbertusput

De achternaam ‘Lenders’ van mijn grootmoeder, is terug te herleiden naar Gerardus van Calheze, waarmee de geschiedenis van deze tak binnen mijn stamboom terug te herleiden is naar begin 1300. Puzzelwerk bracht me bij nazaten die ook zaken vanuit het verleden hebben uitgezocht. Met name Pierre van Calis en Roos Aerts-Lenders hebben belangrijk werk hiervoor gedaan. De familietak heeft zich vele jaren geconcentreerd rond de Sint Wilbertusput die exact op de grens tussen Meijel en Neerkant ligt.

Wat nog het mooiste uit dit ‘speurwerk’ is, is het feit dat nu achterhaald is waart de bijnaam ‘Die van Litjens’, waar de familietak van mijn grootmoeder mee aangeduid werd, vandaan komt. Het is geen verbastering van de familienaam ‘Lenders’, maar komt van Arnold Cuijpers.

Het hele verhaal is in een apart hoofdstuk op deze website te lezen.

Alphons Lenders bouwpastoor van Maastrichtse Sint-Hubertuskerk

Heel ver is hij familie, want de overgrootvader van Alphons was Henricus Lenders (1752-1823). En die Henricus was weer de overgrootvader van mijn grootmoeder. Is het nog te volgen? Insteek van dit verhaal is het feit dat Alphons bouwheer was van de Sint-Hubertuskerk in de Boschpoort (ook wel Bosscherveld genoemd) in Maastricht.

De kerk werd in 1924 gebouwd. Alphons had het er in die tijd maar druk mee. De zoon van Adriaan Lenders en Hermine van Oijen die eigenaar waren van winkel, bakkerij en herberg De Zwaan in de Dorpsstraat in Meijel waren trots op hun zoon.

Alphons ging op 9 oktober 1890 naar het Bisschoppelijk College in Weert en op 1 september 1896 werd hij ingeschreven op het grootseminarie Rolduc. Op 15 maart 1902 werd hij in Roermond tot priester gewijd waarna hij tot 1920 leraar geschiedenis werd aan het Progymnasium te Venlo. Van 1921 tot zijn dood in 1931 was hij oprichter en eerste pastoor van de parochie van St. Hubertus te Maastricht. Dat was in de wijk Bosscherveld. Samen met kapelaan Jan Moorman heeft hij daar, tussen tweehonderd noodwoningen en met veel geldzorgen, een kerk kunnen bouwen naar ontwerp van de Venlose architect ir. Jules Kayzer.

Daar vierde hij ook zijn zilveren priesterfeest op 15 maart 1927, waarbij hij van de parochie een uurwerk met luidklok kreeg met de inscriptie ‘Alphonsus is mijn naam’.

Hij overleed vrij plotseling. Op verzoek van zijn halfzus Petronella Lenders, genoemd ‘Lindere Nella’, werd hij begraven in Neerkant. Lindere Nella was naar Neerkant verhuisd en dreef daar tot op hoge leeftijd een kruidenierszaak en postkantoor. Zij ondersteunde Alphons regelmatig met geldzendingen.

Anno 2021 is de kerk niet meer in dienst voor religieuze diensten, maar kan er gesport worden. Het is een sportschool.

Lenders en Litjens; spraakverwarring?

Mijn grootvader, Piet Janssen, trouwde in 1938 met Cato Lenders (To van Litjens Sil). Omdat zij gingen wonen in een woning die gebouwd was door de familie Lenders, werd mijn grootvader al snel ‘Litjens Piet’ genoemd. Maar ‘Litjens’ is geen patroniem van de familienaam ‘Lenders’, maar heeft een andere herkomst.

Het schijnt dat vele jaren geleden een boerderij tussen het gehucht Everlo (bij Panningen) en Meijel heeft gelegen die de naam ‘Litjens’ droeg. Daar zou de ‘bijnaam’ zijn oorsprong vinden. Piet Crommentuijn uit Meijel heeft uitgezocht dat de volksnaam ‘Litjens’ in Meijel voorkwam vanaf ongeveer 1650 toen Alard Gerrit Lettiens trouwde met Anna Jan Kusters. De navolgende of aangetrouwde families Janssen (Thomassen), Lenders en Nijssen werden tot 1992 ‘die van Litjens’, Letjens, Letten of Lutjens genoemd.

Dat de bijnaam en de familienaam tot onduidelijkheid leidden blijkt uit een voorval dat zich op 16 april 1803 afspeelde. In het Belgische Mons (Bergen) werd Henricus Lenders, een broer van de overgrootvader van mijn grootmoeder, gevangen genomen. De reden was omdat hij als achternaam ‘Letten’ gebruikte, soms als ‘Litjens’ maar ook als ‘Lenders’ aangesproken werd. Reden voor de Fransen, hem op te pakken omdat men hem ervan verdacht spionageactiviteiten te ontplooien.

Henricus Lenders werd op 26 oktober 1782 geboren in Helden, als derde kind van Henricus (1752-1823) en Adrina Korsten (1750-1812). Bij zijn doop werd zijn achternaam echter foutief geschreven en stond in de geboorteakte ‘Letten’ te lezen. Omdat velen in die tijd niet konden lezen noch schrijven werd er niet op gereageerd. Deze naamsverwarring zou Henricus nog zwaar komen te staan.

Na zijn school werd hij uitgeloot als cavalerist der Tweede Klasse, behorend bij het Garnizoen in Zaltbommel. Hij werd uitgezonden naar België en in Mons kwam hij vervolgens terecht in de strijd tegen Napoleon. Voordat hij vertrok kreeg hij in zijn toenmalige woonplaats nog een paspoort. Omdat hij zichzelf ‘Lenders’ noemde, maar hij te boek stond als ‘Letten’ en zijn vrienden hem ‘Litjens’, naar de oude boerderij in Meijel noemden, waren er mensen die dachten dat Henricus een spion was. De situatie werd niet vertrouwd en op 16 april 1803 werd Henricus (hij werd ook Henri genoemd) opgepakt en terechtgesteld. In Mons kwam hij in de gevangenis terecht met als verdict: spionage.

Het nieuws kwam maanden later bij zijn ouders in Meijel terecht. Die spoedden zich naar de burgemeester, Theodorus Goossens. Nadat de ouders de situatie hadden uitgelegd, schreef hij op 18 augustus 1804 een brief aan de burgemeester van Mons, Bouvignies.

“Heer collega,
Ik ben zeer teleurgesteld in verband met het voorval rond Henri Lenders dat zich op 16 april 1803 heeft afgespeeld. Ik verzoek u in naam van de menselijkheid u te willen begeven naar Mons (Bergen) waar die persoon gevangen zit, en er alles in beweging te zetten voor zijn invrijheidsstelling. Deze persoon is voorzien van een paspoort, uitgereikt in de gemeente Meijel.
U ziet wel in de bijgevoegde notariële akte, die wettig is opgesteld, dat dezelfde persoon zich afwisselend Henri Lenders en Henri Letten noemt. Deze vergissing of verwisseling komt voort uit de slordigheid van de pastoor van Helden, die niet heeft gevraagd naar de echte naam van de vader (Lenders), maar die zich tevreden stelde door de naam te vermelden, onder welke hij algemeen (bij het volk) bekend was (Letten/Litjens).
Ik durf u te verzekeren, dat onze gevangene in het geheel niet schuldig is; daarom smeek ik om uw welwillendheid zich voor hem te interesseren.
U zult voor eeuwig ten zeerste aan u verplichten degene die zich hartelijk uw zeer verplichtende college noemt.”

Dankzij de bemoeienis van de burgemeester van Mons, werd Henricus Lenders in vrijheid gesteld en verbleef in de regio. Tijdens dit verblijf leerde hij Adolphine Joseph Adant ((1809-1852) kennen. Ondanks het grote leeftijdsverschil (27 jaar) trouwden zij op 7 juni 1827, jaren na de val van Napoleon, in Mons en gingen ze wonen in de nabijgelegen geboorteplaats van Adolphine, Merbes-Sainte-Marie. Omdat de naamsverwarring gezorgd had dat Henricus een groot probleem had gekregen, liet hij bij de rechtbank in Roermond zijn achternaam Letten, vanuit zijn doopakte via een proces veranderen naar ‘Lenders’.

Het echtpaar kreeg twee zonen, zodat het geslacht Lenders (of Litjens?) in de Belgische provincie Henegouwen is verder gegaan.

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren